Eiser heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn bezwaar tegen een belastingtoeslagbeslissing. De rechtbank heeft eerder al termijnen gesteld en dwangsommen opgelegd, maar verweerder heeft nog steeds geen besluit genomen.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn en de door de rechtbank gestelde termijnen zijn overschreden. Op grond van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van twee weken na de uitspraak van deze zaak.
De rechtbank legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 om verweerder te stimuleren alsnog binnen de termijn te beslissen. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As en griffier Z.G. Ramsaroep en is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2025.