Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:3478

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
31 maart 2025
Zaaknummer
C15/361024 FT RK 25/37
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 InsolventiewetArt. 288 InsolventiewetArt. 289 InsolventiewetArt. 290 InsolventiewetArt. 291 Insolventiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating echtpaar tot wettelijke schuldsaneringsregeling met verlenging termijn wegens onvoldoende werkuren

Schuldenaren, een echtpaar, hebben de rechtbank verzocht hen toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde of aan de wettelijke toelatingseisen was voldaan en of een eerdere ingangsdatum kon worden vastgesteld. Ondanks een schuld aan het CJIB die normaal gesproken toelating zou belemmeren, werd schuldenaar toch toegelaten omdat hij de omstandigheden die tot die schuld leidden inmiddels onder controle had.

De rechtbank stelde de ingangsdatum van de WSNP vast op 1 oktober 2024, omdat schuldenaren toen hun eerste aflossing deden in het minnelijk traject. De termijn van de WSNP werd vastgesteld op 21 maanden, eindigend op 1 juli 2026, door verlenging van de reguliere 18 maanden met 3 maanden wegens onvoldoende gewerkte uren van de man tijdens het minnelijk traject.

De man werkte gemiddeld 16,5 uur per week terwijl minimaal 36 uur verwacht werd, waardoor hij in totaal circa 526 uren te weinig werkte. De vrouw is arbeidsongeschikt. De rechtbank hield rekening met deze tekortkoming door de looptijd te verlengen. Schuldenaren moeten zich aan de verplichtingen van de WSNP houden om in aanmerking te komen voor de schone lei. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en bewindvoerder en gaf aan dat het vonnis binnen acht dagen aan te vechten is bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Rechtbank Noord-Holland laat echtpaar toe tot WSNP met ingang van 27 maart 2025, stelt ingangsdatum op 1 oktober 2024 en verlengt termijn met 3 maanden tot 1 juli 2026 wegens onvoldoende gewerkte uren van de man.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/361024 FT RK 25/37
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/54 en R 15/25/55
uitspraakdatum: 27 maart 2025
in de zaak van:
[schuldenaar 1]geboren op: [geboortedatum 1] 1979 te [plaats 1]
en:
[schuldenaar 2]geboren op: [geboortedatum 2] 1985 te [plaats 2]
beiden wonende te: [plaats 3]
hierna te noemen: schuldenaren
schuldhulpverlener: Zaffier.

1.Samenvatting

Schuldenaren hebben de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaren voldoen aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenaren met ingang van 27 maart 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp duurt 21 maanden te rekenen vanaf 1 oktober 2024. De wsnp zal dus eindigen op 1 juli 2026.

3.Gevolgen voor schuldenaren

  • Schuldenaren moeten zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenaren zich aan alle verplichtingen houden, komen zij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaren zich niet aan de verplichtingen houden, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaren dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • De rechtbank stelt vast dat schuldenares voldoet aan de toelatingseisen. De rechtbank zal haar daarom toelaten tot de wsnp.
  • Schuldenaar heeft een schuld aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), omdat aan hem een verkeersboete is opgelegd. Die schuld heeft tot gevolg dat schuldenaar in beginsel niet kan worden toegelaten tot de wsnp, omdat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan.
  • De rechtbank zal schuldenaar toch toelaten tot de wsnp, omdat aannemelijk is dat schuldenaar de omstandigheden die bepalend waren voor het ontstaan van de schuld aan het CJIB inmiddels onder controle heeft. Daarvoor is vooral van belang dat schuldenaar de boete heeft opgelopen met de bedrijfsbus van zijn voormalige onderneming. Schuldenaar is inmiddels niet meer in het bezit van een voertuig en zijn onderneming heeft hij beëindigd.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024
  • Schuldenaren hebben op 1 oktober 2024 in het minnelijk voortraject hun eerste aflossing gedaan. Ook in de maanden daarna hebben zij maandelijks afgelost. Daarnaast hebben zij in december 2024 nog een extra aflossing gedaan van
  • De rechtbank zal vervolgens beoordelen of de periode vanaf de eerste aflossing tot aan de datum van de uitspraak tot toepassing van de wsnp geheel of gedeeltelijk in mindering komt op de termijn van de wsnp. Daarvoor is van belang of schuldenaren zich tijdens het minnelijk traject maximaal hebben ingespannen om zoveel mogelijk te sparen voor hun schuldeisers. Mocht de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject volgens de daarin geldende normen te weinig hebben afgelost of gespaard dan kan de rechtbank de termijn van de schuldsanering verlengen.
  • Schuldenares ontving gedurende het minnelijk traject een WIA-uitkering en hoefde daarom niet te werken, Van schuldenaar mocht verwacht worden om minimaal 36 uur per week te werken. Vast staat dat schuldenaar gemiddeld ongeveer 16,5 uur per week heeft gewerkt en niet heeft gesolliciteerd naar meer uren werk. Daarmee heeft schuldenaar tijdens het minnelijk traject niet volledig aan zijn inspanningsplicht voldaan.
  • Bij de bepaling van de lengte van de termijn van de wsnp zal de rechtbank daarom rekening houden met de periode in het minnelijk traject dat schuldenaar niet volledig aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan.
  • De conclusie is dat schuldenaar over de periode van oktober 2024 tot en met maart 2025 in totaal ongeveer 526 uren (273 + 253 uur) te weinig heeft gewerkt en dus niet het maximaal haalbare heeft gespaard voor zijn schuldeisers. De rechtbank houdt daarbij geen rekening met de extra aflossing van € 1.500,00 die schuldenaren hebben gedaan, omdat zij de teruggave van de Belastingdienst ook aan de boedel van de wsnp hadden moeten afdragen als schuldenaar in het minnelijk traject wel maximaal had voldaan aan zijn inspanningsverplichting.
  • De rechtbank zal daarom de termijn van de wsnp met drie maanden verlengen om de uren die schuldenaar te weinig heeft gewerkt in het minnelijk traject te compenseren. Dat betekent dat de rechtbank de looptijd van de wsnp zal bepalen op 21 maanden in plaats van de reguliere 18 maanden, te rekenen vanaf 1 oktober 2024 en eindigend op 1 juli 2026.

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 11 maart 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaren en [plaats 3] namens Zaffier (schuldhulpverlener) verschenen.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
[bewindvoerder]
[bewindvoerder].
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter