ECLI:NL:RBNHO:2025:1601
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in zaak tenuitvoerlegging voorwaardelijke taakstraf
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur opgelegd door de politierechter. Het verzoek richtte zich op de eerdere afwijzing van aanhoudingsverzoeken door de rechter, waarbij verzoeker wilde wachten op de uitspraak van een externe klachtencommissie over zijn klachten tegen de reclassering.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk behandeld en geoordeeld dat het afwijzen van aanhoudingsverzoeken voorafgaand aan de inhoudelijke zitting geen grond voor wraking kan zijn. De rechtbank benadrukte dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen ongunstige procesbeslissingen. Zowel de subjectieve als de objectieve toets voor onpartijdigheid werden toegepast, waarbij geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid werden gevonden.
De rechtbank concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. Verzoeker’s vrees dat de rechter ongunstig zal beslissen zonder hoger beroep, is onvoldoende voor wraking. De wrakingskamer wees het verzoek af en beval voortzetting van de strafzaak in de oorspronkelijke stand.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter Gisolf en leden Angenent-Bakker en Rogmans, en is op 11 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de strafprocedure wordt voortgezet.