Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 13.422,16 aan schadevergoeding, € 1.105,04 aan buitengerechtelijke incassokosten en (werkelijke) proceskosten van € 132,19 en € 230,17.
Rechtbank Noord-Holland
Deze zaak betreft een geschil over een bewaarnemingsovereenkomst waarbij eiser zijn auto bij gedaagde in bewaring gaf. Eiser vordert schadevergoeding wegens vermeende schending van de zorgplicht en teruggaveplicht door gedaagde.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde tekort is geschoten in zijn verplichtingen. De gestelde aanvullende afspraken over de stalling zijn niet komen vast te staan en eiser heeft de auto jarenlang op dezelfde plek laten staan zonder actie te ondernemen. Ook het beroep op dwaling en onrechtmatig handelen faalt wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De auto werd niet in dezelfde staat teruggegeven, maar dit is mede te wijten aan het feit dat eiser zelf onderdelen heeft verwijderd. De kantonrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schending zorgplicht en teruggaveplicht.