Intermaris verhuurt sinds oktober 2019 een sociale huurwoning aan [gedaagde]. Vanaf oktober 2024 ontstond een huurachterstand die opliep tot bijna vijf maanden in november 2025. Ondanks een betalingsregeling en hulp van de gemeente is de huurachterstand niet ingelopen.
[gedaagde] voert aan dat zij alleenstaand is en zorgt voor haar zwaar autistische zesjarige zoon, wat haar inkomen aanzienlijk heeft verminderd. Zij kan niet zelf zorg inkopen en heeft een nulurencontract gekregen, waardoor haar financiële situatie verslechterde. Zij heeft wel een betalingsregeling geprobeerd na te komen en vraagt om rekening te houden met haar situatie.
De kantonrechter weegt het belang van het minderjarige kind mee, maar stelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming. De huurder heeft ruim vijf maanden de tijd gehad om haar financiën op orde te krijgen, maar de situatie is verslechterd. De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe, stelt een ontruimingstermijn van zes weken in en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, gebruiksvergoeding en proceskosten.
De kantonrechter benadrukt dat het belang van het kind meeweegt, maar dat het niet betekent dat de huurder zonder betaling kan blijven wonen. Wel wordt erkend dat [gedaagde] meer hulp nodig heeft en dat de gemeente inmiddels budgetbeheer en begeleiding heeft geregeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.