Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
- proces-verbaal van het getuigenverhoor van 19 juni 2025
Rechtbank Noord-Holland
In deze bodemzaak heeft de kantonrechter op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiser] en STICHTING YMERE. De zaak betreft de vraag of er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen [eiser] en de overleden [betrokkene 2]. [eiser] vorderde de voortzetting van de huurovereenkomst, terwijl Ymere een tegenvordering tot ontruiming heeft ingesteld. De kantonrechter heeft vastgesteld dat [eiser] onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De verklaring van getuige [betrokkene 3] werd als onvoldoende beschouwd, omdat deze niet op eigen waarnemingen was gebaseerd. De kantonrechter concludeert dat [eiser] niet voldoet aan de vereisten om de huur voort te zetten, waardoor de vordering in conventie wordt afgewezen. De tegenvordering tot ontruiming wordt toegewezen, met een ontruimingstermijn van 14 dagen na aanschrijving door de deurwaarder. Tevens wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten van Ymere, die zijn begroot op € 287,00. De huurovereenkomst wordt rechtsgeldig beëindigd per eind maart 2024, na het overlijden van [betrokkene 2].