Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
- proces-verbaal van het getuigenverhoor van 19 juni 2025
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak vordert eiser de erkenning van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met wijlen mevrouw betrokkene 2, teneinde de huurovereenkomst voort te zetten. Ymere betwist het bestaan van een dergelijke huishouding. Na een getuigenverhoor en beoordeling van de overgelegde verklaringen concludeert de kantonrechter dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een duurzame en wederkerige gemeenschappelijke huishouding. De verklaring van de getuige, betrokkene 3, is gebaseerd op indirecte informatie en bevat geen eigen waarnemingen.
De kantonrechter overweegt dat het ontbreken van gezamenlijke financiële lasten, het ontbreken van bewijs van gezamenlijke activiteiten en het feit dat de samenwoning mede gericht was op zorgverlening aan betrokkene 2, contra-indicaties zijn voor het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Hierdoor voldoet eiser niet aan de vereisten om de huur voort te zetten.
De vordering in conventie wordt afgewezen, waardoor eiser zonder recht of titel in de woning verblijft. De tegenvordering van Ymere tot ontruiming wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen na aanschrijving door de deurwaarder. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van €287,00. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.N. Schipper en op 12 november 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering duurzame gemeenschappelijke huishouding afgewezen en eiser veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen.