ECLI:NL:RBNHO:2025:15044

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/15/372691 / KG RK 25/793
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wraking van de rechter in bestuursrechtelijke procedure

Op 16 december 2025 heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan op het verzoek tot wraking van mr. I.M. Ludwig, ingediend door een verzoekster uit Hoorn. Het verzoek tot wraking was gebaseerd op het verloop van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak, waarin verzoekster zich niet gehoord voelde en geen beschikking had over een brp-uittreksel. De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de gronden voor wraking niet toereikend zijn. De rechter in de hoofdzaak heeft de regie en verantwoordelijkheid voor de orde in de zittingszaal, en de door verzoekster aangedragen redenen kunnen niet leiden tot de conclusie dat de rechter partijdig zou zijn. De wrakingskamer heeft bovendien vastgesteld dat het verzoek tot wraking misbruik van rechtsmiddelen inhoudt, aangezien dit de tweede keer is dat verzoekster zonder deugdelijke grond een wrakingsverzoek indient. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking afgewezen en bepaald dat een volgend verzoek van verzoekster in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/372691 / KG RK 25/793
Beslissing van 16 december 2025
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster],
wonende te Hoorn,
verzoekster,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. I.M. Ludwig,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoekster heeft op 10 december 2025 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen, aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 25/4926 BRP, hierna te noemen: de hoofdzaak. De griffier heeft de wrakingsgronden opgenomen in het proces-verbaal van de zitting van 10 december 2025 en in een apart proces-verbaal van wraking van dezelfde datum. Verzoekster heeft op de zitting de door de griffier opgenomen wrakingsgronden schriftelijk aangevuld op dat aparte proces-verbaal.
1.2
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.Het standpunt van verzoekster

2.1
Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat –
het volgende aangevoerd. Verzoekster wil alleen deelnemen aan de zitting als zij de beschikking heeft over het brp-uittreksel. Daarnaast heeft verzoekster op de zitting geen kans gekregen om haar verhaal te doen. De rechter heeft alleen direct met de gemeente, de wederpartij in de hoofdzaak, gepraat.

3.De beoordeling

3.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Wat verzoekster heeft aangevoerd over haar verzoek c.q. eis om op de zitting van 10 december 2025 te beschikken over een brp-uittreksel, kan niet leiden tot wraking van de rechter. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om hier eventueel een beslissing over te nemen. Een dergelijke beslissing is een rechterlijke (tussen)beslissing c.q. procesbeslissing, die niet met succes aan een wrakingsverzoek ten grondslag kan worden gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het enkele feit dat de rechter een voor een partij negatieve (proces)beslissing neemt, levert geen grond voor wraking op. Dat is vaste rechtspraak sinds het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413).
3.3
Over de gang van zaken gedurende de mondelinge behandeling van 10 december 2025 overweegt de wrakingskamer als volgt. De wrakingskamer stelt voorop dat de rechter die de zaak behandelt, de regie voert en verantwoordelijk is voor de orde in de zittingszaal. De rechter bepaalt het verloop en de voortgang van de procedure en de zitting en de wijze van behandeling. De rechter heeft in deze regierol een aanzienlijke vrijheid. Dit geldt ook voor de door de rechter te stellen vragen. De rechter bepaalt welke vragen zij stelt en aan welke partij zij deze stelt.
3.4
In het licht van het voorgaande kunnen de door verzoekster aangedragen gronden niet leiden tot wraking van de rechter. Het stond de rechter vrij om, ter beantwoording van de bij haar voorliggende rechtsvragen, de gemeente te bevragen op de wijze waarop de rechter dit blijkens het proces-verbaal heeft gedaan. De wrakingskamer neemt daarbij in aanmerking dat de rechter de gemeente ook kritische vragen heeft gesteld, bijvoorbeeld over haar weigering om het digitale verhuisbericht van verzoekster d.d. 3 september 2025 in behandeling te nemen. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van de zitting dat verzoekster, voorafgaande aan het wrakingsverzoek, steeds heeft mogen reageren op de door de gemeente gegeven antwoorden en dat de rechter ook vragen aan verzoekster heeft gesteld.
3.5
De wrakingskamer zal het verzoek daarom afwijzen.
3.6
De wrakingskamer ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39, vierde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking. Het is namelijk al de tweede keer dat verzoekster zonder deugdelijke grond de rechter in deze hoofdzaak heeft gewraakt.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1
wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,
4.2
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen,
4.3
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
4.4
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker en mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.