Op 17 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in de zaken HAA 22/2147 en HAA 22/5437, waarin eiser, een eigenaar van een perceel in Edam, handhavingsverzoeken indiende tegen een derde-partij die een omgevingsvergunning had verkregen voor werkzaamheden aan een rijksmonument. Eiser was het niet eens met de afwijzing van zijn handhavingsverzoeken en de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders de handhavingsverzoeken terecht had afgewezen, omdat er concreet zicht op legalisatie van de overtredingen bestond. De rechtbank concludeerde dat de omgevingsvergunning voor de serre, overkapping, wijzigingen aan het rijksmonument, zonnepanelen en airco's terecht was verleend. Eiser kreeg geen gelijk en zijn beroepen werden ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat de Wabo en de bijbehorende regelgeving van toepassing bleven, ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De rechtbank concludeerde dat de belangen van eiser niet opwogen tegen de legale status van de werkzaamheden en dat de vergunningen in stand bleven.