ECLI:NL:RBNHO:2025:14776
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 2014 een WIA-uitkering en verrichtte gedurende die periode werkzaamheden als dagbladbezorger en depothouder, welke hij niet aan het UWV heeft gemeld. Het UWV startte een rechtmatigheidsonderzoek naar aanleiding van een interne melding en vorderde gegevens op bij diverse instanties. Het UWV concludeerde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden, herzag de uitkering en legde een boete op.
Eiser voerde aan dat zijn werkzaamheden bekend waren bij het UWV en dat de terugvordering onjuist was vastgesteld, mede vanwege vermeend identiteitsmisbruik en onduidelijkheid over de inkomsten. De rechtbank oordeelde dat uit het dossier blijkt dat de werkzaamheden voor de dagbladbezorging en depothouderschap niet bij het UWV waren gemeld en dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden. De terugvordering en boete zijn terecht opgelegd.
De rechtbank vond dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering of boete af te zien. De beroepsgrond over onjuiste vaststelling van inkomsten faalde, omdat eiser geen bewijs leverde dat hij bedragen had doorbetaald aan anderen. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de WIA-uitkering herzien, terugvorderen en een boete opleggen.