Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Utrecht, eiser
gedeputeerde staten van Noord-Holland, gedeputeerde staten
Inleiding
Overwegingen
Gedeputeerde staten hebben volgens de rechtbank allereerst onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van het openbaar maken van de gevraagde informatie niet opweegt tegen het belang van het goed functioneren van het bestuursorgaan. [2] Daarnaast is de rechtbank niet gebleken dat gedeputeerde staten de, in het kader van artikel 5.2, eerste, tweede, en derde lid, van de Woo, te verrichten beoordeling naar behoren hebben verricht. Zonder nadere motivering kan de rechtbank gedeputeerde staten niet volgen in het standpunt dat het openbaar maken van deze informatie (al dan niet in een niet tot personen herleidbare vorm) achterwege dient te blijven.
Daarnaast dienen gedeputeerde staten nader te motiveren waarom openbaar maken van de gevraagde informatie (al dan niet in een niet tot personen herleidbare vorm) volgens hen op grond van het bepaalde in artikel 5.2 van de Woo achterwege dient te blijven. De rechtbank wijst er daarbij op dat gedeputeerde staten per zelfstandig onderdeel van een document voor intern beraad met informatie over een bestuurlijke aangelegenheid dienen te bezien of dit onderdeel persoonlijke beleidsopvattingen bevat en, wanneer hierin informatie van feitelijke aard is opgenomen, of de beleidsopvattingen zodanig met deze gegevens zijn verweven dat deze niet zijn te scheiden. Hierbij hoeft het bestuursorgaan niet binnen een zelfstandig onderdeel van een document per zin of zinsdeel te bepalen of verwevenheid een weigering kan rechtvaardigen.
– samengevat – de volgende nadere motivering gegeven.
In dit geval gaat het om documenten die zijn opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een minister dan wel een gedeputeerde. De openbaarmaking van deze informatie kan volgens gedeputeerde staten ook bij anonimisering leiden tot het onevenredig schaden van het voeren van intern beraad, namelijk een belemmering van het goed functioneren van de provincie en/of de Staat. Daarbij wijzen gedeputeerde staten op de hiervoor genoemde overwegingen in verband met de toepassing van het bepaalde in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- draagt gedeputeerde staten op om opnieuw te beslissen op eisers bezwaar, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak en deze uitspraak is overwogen; en