Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
4.6 De vergoeding die huurder verschuldigd is voor door of vanwege verhuurder te verzorgen levering van zaken of diensten (servicekosten) wordt bepaald in overeenstemming met 21.1 tot en met 21.11 algemene bepalingen. Op deze servicekosten wordt een systeem van voorschotbetalingen met latere verrekening toegepast, zoals daar is aangegeven.
26.2 Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
verschuldigd bedragniet prompt op de vervaldag is voldaan. In tegenstelling tot wat [gedaagde] aanvoert geldt dit dus niet alleen voor een achterstand in betaling van de huur. [gedaagde] heeft de kosten voor gas en elektra over de maanden augustus 2023 tot en met maart 2024 en mei 2024 tot en met juni 2025 niet dan wel niet tijdig betaald en is daarom over deze maanden de boete verschuldigd (22 x € 300,00). Deze boete is automatisch verschuldigd vanaf de vervaldag van het verschuldigde bedrag aan kosten voor gas en elektra. Voor een matiging van deze boete ziet de kantonrechter geen aanleiding. [gedaagde] heeft daarvoor ook niets aangevoerd. De kantonrechter zal daarom € 6.600,00 aan boetes toewijzen.