Eiser is eigenaar van drie appartementen in één gebouw waarvan de WOZ-waarden voor 2025 door verweerder zijn vastgesteld. Verweerder heeft de systematische vergelijkingsmethode toegepast met vergelijkingsobjecten die volgens eiser niet vergelijkbaar zijn vanwege grote verschillen in bouwjaar en onvoldoende rekening met bodemverontreiniging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten wijken sterk af in bouwjaar en er is onvoldoende rekening gehouden met de waarde drukkende effecten van de niet gesaneerde bodemverontreiniging. Eiser onderbouwt zijn lagere waardering met de verkoopprijs in het najaar van 2025 en een terugindexatie naar de waardepeildatum.
De rechtbank volgt eiser en verklaart het beroep gegrond. De uitspraken op bezwaar worden vernietigd en de waardebeschikkingen worden verminderd naar de door eiser voorgestelde waarden. Verweerder wordt tevens opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.