ECLI:NL:RBNHO:2025:14268

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
HAA 23/5289, HAA 23/5866 en HAA 24/437
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Handhaving van geluidsnormen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest met betrekking tot Tennis Club Uitgeest

Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over handhaving van geluidsnormen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest met betrekking tot Tennis Club Uitgeest (TCU). De rechtbank oordeelde dat het college in strijd heeft gehandeld met artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) door bij het opleggen van een herstelsanctie de geluidsbelasting van de gehele inrichting, inclusief tennis, buiten beschouwing te laten. De rechtbank vernietigde het besluit van 20 december 2023 en het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023, omdat deze besluiten onzorgvuldig tot stand waren gekomen en een deugdelijke motivering ontbeerden. De rechtbank oordeelde dat de geluidsnormen uit het Abm van toepassing zijn op de gehele inrichting en niet alleen op de padelactiviteiten. De rechtbank heeft het college opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen op het handhavingsverzoek van 1 november 2022, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitspraak. Tot die tijd is er een voorlopige voorziening getroffen die het gebruik van de tennisbanen in de dagperiode toestaat, maar niet na 19:30 uur. De rechtbank heeft ook bepaald dat het college de proceskosten en griffierechten aan de eisers moet vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/5289, HAA 23/5866 en HAA 24/437

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 december 2025 in de zaken tussen

1. [eiser 1]uit Uitgeest, eiser sub 1
(gemachtigde: mr. B. Benard),
2. [eiser 2] en [eiser 3] ,uit Uitgeest, eisers sub 2
(gemachtigde: mr. H. Martens),
3. [eiser 4]uit Uitgeest, eiser sub 3
(gemachtigde: mr. J.C. Hoogendoorn),
gezamenlijk te noemen: eisers
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest,

(gemachtigden: mr. C.C. Agtersloot en mr. M. Dur).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de vereniging
Tennis Club Uitgeest,uit Uitgeest (TCU)
(gemachtigde: mr. K. van Driel).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de aan TCU opgelegde last onder dwangsom. Eisers zijn het met de opgelegde last niet eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de aan TCU opgelegde last.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 2.17 Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Het college is bij het bepalen van de op te leggen herstelsanctie ten onrechte niet uitgegaan van de inrichting als zodanig door de bijdrage aan de geluidsoverlast vanwege de tennisbanen geheel buiten beschouwing te laten. Eisers krijgen gelijk en de beroepen gericht tegen het besluit van 20 december 2023 zijn dus gegrond. Omdat het college niet is gebleven bij het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 zijn de beroepen van eisers sub 1 en 2 die daartegen zijn gericht ook gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.3.
Onder 2.1 en verder staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3.1. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

Handhavingsverzoek
2.1.
Op 1 november 2022 hebben omwonenden, waaronder eisers, het college gezamenlijk verzocht om handhavend op te treden tegen TCU vanwege geluidsoverlast. In het verzoek is beschreven dat de geluidsoverlast met name wordt veroorzaakt door het gebruik van de padelbanen van TCU van ’s ochtends tot zelfs laat in de avond na 23:00 uur. Omdat TCU zelf geen stappen onderneemt om de overlast te verminderen is het college gevraagd over te gaan “tot strikte en onmiddellijke handhaving van de geluidsnormen en een einde te maken aan de voortdurende geluidsoverlast die wij ondervinden veroorzaakt door Tennis Club Uitgeest”.
Het besluit van 23 januari 2023
2.2.
Bij besluit van 23 januari 2023 heeft college het verzoek afgewezen.
Het besluit van 4 juli 2023
2.3.
De hiertegen onder meer namens eisers gemaakte bezwaren heeft het college bij besluit van 4 juli 2023 gegrond verklaard. Het college heeft bij dit besluit besloten alsnog handhavend te zullen optreden.
2.4.
Eiser sub 1 heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Het besluit van 26 juli 2023
2.5.
Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het college aan het besluit van 4 juli 2023 invulling gegeven door TCU te gelasten dusdanige maatregelen te treffen dat de geluidsvoorschriften uit artikel 2.17 Abm niet overschreden worden. Dit houdt in dat er tot maximaal 19:30 uur gebruik mag worden gemaakt van de tennis- en padelbanen en dat er tussen 19:30 en 07:00 uur geen tennis en padel gespeeld mag worden. Vanwege de najaarscompetitie geldt voor de volgende vrijdagen een verruiming op de last: 15, 22 en 29 september 2023 en tevens op 6 en 13 oktober 2023. Op deze data mag, tussen 19:30 en 23:00, uitsluitend gebruik worden gemaakt van de tennisbanen.
2.6.
Eisers sub 2 hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Eiser sub 1 heeft zijn beroep aangevuld.
2.7.
De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij uitspraak van 23 augustus 2023 [1] , na een daartoe strekkend verzoek van TCU, het besluit van 26 juli 2023 geschorst, voor zover TCU daarbij is gelast om na 19:30 geen tennis meer te spelen.
Het besluit van 20 december 2023
2.8.
Met het besluit van 20 december 2023 heeft het college het besluit van 26 juli 2023 gewijzigd. Bij besluit van 20 december 2023 is TCU gelast dusdanige maatregelen te treffen dat de geluidsvoorschriften voor de dag- en avondperiode uit artikel 2.17 Abm niet overschreden worden door padel. TCU kan aan de last voldoen door in de dagperiode maximaal vier uur per dag padel te spelen tussen 15:00 en 19:00 uur. Als TCU kiest voor andere tijdstippen in de dagperiode (maximaal 4 uur tussen 07.00 en 19.00 uur), dan moet TCU dit aan het college aangeven. TCU kan er ook voor kiezen organisatorische maatregelen of andere geluidsreducerende voorzieningen te treffen om de (padel)activiteiten te laten voldoen aan de geluidsnorm voor de dagperiode. De last voor de avondperiode blijft voor padel ongewijzigd. Voor de avondperiode geldt dat er na 19.30 uur niet mag worden gepadeld. De last ziet niet meer op het spelen van tennis.
2.9.
Eiser sub 3 heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 december 2023. Eiser sub 1 en eisers sub 2 hebben de gronden van hun beroepen aangevuld.
2.10.
Het college heeft op de beroepen van eisers gereageerd met verweerschriften.
2.11.
Bij uitspraken van 6 maart 2024 [2] en 3 april 2024 [3] heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank twee verzoeken van TCU tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
2.12.
De rechtbank heeft de beroepen op 9 januari 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep van TCU (geregistreerd onder nummer HAA 23/5620). De beroepen zien op een of meer van de hiervoor aangehaalde besluiten. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser sub 1 en zijn gemachtigde, de gemachtigde van eisers sub 2 en
[eiser 2] , eiser sub 3 en zijn gemachtigde en de gemachtigden van het college. Namens TCU zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] (geluidsdeskundige ASP) en voornoemde gemachtigde.
2.13.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde eisers en het college in de gelegenheid te stellen om te reageren op de door TCU op 9 januari 2025 ingebrachte stukken. Na over en weer ontvangen reacties, ook van TCU, heeft de rechtbank op 27 juni 2025 het onderzoek gesloten. De termijn van het doen van een uitspraak is meerdere keren verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht Omgevingswet
3.1.
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van (de normen uit) het Abm is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing.
3.2.
Het verzoek om handhaving is gedaan vóór 1 januari 2024. Dat betekent in dit geval dat het Abm zoals dat gold tot 1 januari 2024 van toepassing blijft.
De omvang van het beroep
4.1.
Eiser sub 1 heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2023. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiser sub 1 ook gericht tegen het besluit van 26 juli 2023.
4.2.
Tussen de gegrondverklaring van het (mede) namens eiser sub 1 gemaakte bezwaar en de herroeping van het besluit van 23 januari 2023 in het besluit van 4 juli 2023, en het daarna genomen besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom van 26 juli 2023, bestaat een onverbrekelijke samenhang, omdat het college na de herroeping van het besluit van 23 januari 2023 nog inhoudelijk moest beslissen over het verzoek om handhaving van (onder meer) eiser sub 1. Het onvolledige besluit van 4 juli 2023 en het korte tijd later genomen besluit van 26 juli 2023 vormen tezamen het volledige, in heroverweging genomen, besluit op het (mede) namens eiser sub 1 gemaakte bezwaar. Omdat de besluiten van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 tezamen het volledige besluit op bezwaar vormen, is het door eiser sub 1 ingestelde beroep gericht tegen het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023.
4.3.
Hangende het beroep van eisers sub 1 en 2 tegen het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 heeft het college bij besluit van 20 december 2023 de aan TCU opgelegde last gewijzigd. Dat besluit is daarmee een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, Awb. Met dit besluit is het college niet geheel tegemoetgekomen aan de beroepen van eisers sub 1 en 2. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, Awb hebben de beroepen van eisers sub 1 en 2 daarom mede betrekking op het besluit van 20 december 2023. Tegen dat besluit richt zich ook het beroep van eiser sub 3.
Bevoegdheid
5.1.
Bij zowel het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 als het besluit van 20 december 2023 heeft het college handhavend opgetreden tegen TCU. De rechtbank beoordeelt eerst of het college daartoe bevoegd was.
5.2.
TCU valt als zogenoemde type B-inrichting onder de werkingssfeer van het Abm. Op de inrichting zijn aldus de geluidsnormen van artikel 2.17, eerste lid, van het Abm van toepassing. Op grond van artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, Abm mag het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer bedragen dan – voor zover hier van belang – 50 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur (de dagperiode) en 45 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur (de avondperiode).
5.3.
Aan de besluitvorming liggen een geluidsonderzoek en diverse geluidmetingen ter plaatse van TCU ten grondslag. Deze zijn ingebracht door TCU [4] dan wel opgesteld door of namens het college [5] . Uit deze stukken volgt, en dat is tussen partijen ook niet in geschil, dat de geluidbelasting vanwege de inrichting (als zodanig), dus zowel rekening houdend met het spelen van padel als tennis, niet voldoet aan het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor zowel de dag- als avondperiode. Partijen worden weliswaar verdeeld gehouden over een aantal modelleringskeuzes [6] [7] , maar dát TCU bij gebruik van de inrichting als zodanig niet kan voldoen aan de geluidsnormen, is niet in geschil. Daarmee is sprake van een overtreding van het bepaalde in artikel 2.17, eerste lid, onder a, van het Abm. Gelet daarop was het college bevoegd om handhavend op te treden tegen TCU. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.
Beginselplicht tot handhaving
6. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zo onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhavend optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
7. De rechtbank stelt vast, hetgeen tussen partijen ook niet in geschil is, dat van een concreet zicht op legalisatie geen sprake is.
Het besluit van 20 december 2023
8.1.
Het college heeft besloten de herstelmaatregel uitsluitend te richten op padel omdat handhavend optreden tegen tennis onevenredig is. In de bezwaarprocedure is alleen gesproken over overlast door padel en de omwonenden hebben tijdens de zitting bij de voorzieningenrechter ook aangegeven van tennis geen geluidsoverlast te ervaren. De in de periode van mei tot juni 2022 van omwonenden ontvangen klachten hebben ook alleen betrekking op overlast door padel. Dat geldt ook voor de handhavingsverzoeken die omwonenden eind augustus 2023 hebben ingediend. Hierom en omdat tennis is te beschouwen als een bestaande situatie en omdat de overlast pas is ervaren toen de beide padelbanen gerealiseerd en in gebruik genomen waren, meent het college dat de last en de herstelmaatregel zich alleen moeten richten op de geluidsoverlast van padel, ook al is tennis een onderdeel van de activiteiten (de representatieve bedrijfssituatie) waarvan volgens het Abm moet worden uitgegaan.
De last ziet ten onrechte niet op tennis
8.2.1
Eiser sub 1 voert aan dat het besluit van 20 december 2023 niet deugdelijk is gemotiveerd. Er bestaat geen geluidsnorm voor padel maar voor de gehele inrichting. Tennis had dan ook niet buiten beschouwing mogen worden gelaten. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn beroep het memo ‘contra-expertise padelbaan Uitgeest’ (hierna: het memo) overgelegd dat in zijn opdracht is opgesteld. [8] In het memo is beoordeeld of de maatregelen uit de gewijzigde last voldoende zijn om ervoor te zorgen dat de geluidsbelasting vanwege de tennisvereniging voldoet aan de geldende geluidsvoorschriften uit het Abm. In het memo is – voor zover hier van belang – het volgende aangegeven: “Tot slot wordt opgemerkt dat de maatregelen alleen betrekking hebben op padel en niet op tennis, omdat hier geen overlast van gemeld is. Er wordt wel gesteld dat er voldaan moet worden aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Ons inziens dient daarom het geluid vanwege de gehele inrichting gezamenlijk te worden beoordeeld, dus ook tennis en onderhoud van de banen. De knelpunten kunnen dan (mogelijk) alsnog worden weggenomen door alleen maatregelen aan het padel spel uit te voeren. Het is wat ons betreft niet terecht om de bijdrage vanwege de tennisbanen volledig achterwege te laten. Er kan dan immers niet worden gesteld dat wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.”
8.2.2.
Eisers sub 2 voeren aan dat de last ten onrechte is ingeperkt en niet meer ziet op tennis. Eisers ervaren zowel overdag als ’s avonds hinder van tennis. Er is ook geconstateerd dat ook als alleen tennis wordt gespeeld, de geluidsnormen worden overschreden. Verder is de geluidsbelasting verkeerd beoordeeld door het tennissen helemaal buiten beschouwing te laten. Er zal namelijk veelal tegelijk tennis en padel worden gespeeld. Het is daarom ook onjuist om padel tussen 15:00 en 19:00 uur toe te staan. Eisers wijzen verder eveneens op het ook door hen ingebrachte memo “contra-expertise padelbaan Uitgeest”.
8.2.3.
Eiser sub 3 voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is en een deugdelijke motivering ontbeert. Het college heeft ten onrechte het geluid dat wordt veroorzaakt door tennis buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de aan TCU op te leggen last. Daarbij is ten onrechte gesteld dat omwonenden hebben aangegeven geen geluidsoverlast van tennis te ervaren. De geluidsoverlast van eiser heeft betrekking op zowel padel als tennis. Bovendien moet altijd worden voldaan aan de geluidsnormen uit het Abm, ongeacht of er sprake is van padel of tennis. [9] Er dient te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie, dat is tennis en padel samen en er dient te worden uitgegaan van een maximale baanbezetting. Er moet daarom ook worden gehandhaafd op overlast van tennisactiviteiten.
8.3.1.
De rechtbank overweegt dat TCU dient te voldoen aan de geluidsnormen uit het Abm. De toepasselijke geluidsnormen uit het Abm zien op de inrichting als zodanig, en hebben geen betrekking op afzonderlijke onderdelen of activiteiten binnen die inrichting. Door bij het bepalen van de op te leggen herstelsanctie niet uit te gaan van de gehele inrichting door de bijdrage van geluid van tennisactiviteiten buiten beschouwing te laten, handelt het college in strijd met het bepaalde in artikel 2.17, eerste lid, van het Abm.
8.3.2.
Het betoog van het college dat het in dit geval redelijk en evenredig is een knip te maken in de in de geluidsberekening in aanmerking te nemen activiteiten omdat, heel kort gezegd, de klachten van omwonenden niet zien op geluidsoverlast vanwege tennis, doet aan die strijdigheid niet af. Dat heeft het college miskend.
8.4.
Gelet op het voorgaande zijn de beroepen van eisers gericht tegen het besluit van 20 december 2023 gegrond. Het besluit zal worden vernietigd. Over het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 overweegt de rechtbank als volgt.
Het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023
9.1.
In het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 heeft het college TCU gelast de overtreding van 2.17 Abm te beëindigen door te bepalen dat er tussen 19:30 en 07.00 uur geen tennis en padel mag worden gespeeld.
Niet bij besluit gebleven
9.2.
Reeds omdat het college het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 niet ongewijzigd heeft gehandhaafd, zijn de daartegen door eisers 1 en 2 ingestelde beroepen gegrond. Het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 zal worden vernietigd omdat het onzorgvuldig tot stand is gekomen en een deugdelijke motivering ontbreekt.
Getrapte besluitvorming
9.3.
Gelet op voorgaand oordeel behoeft de bespreking van de beroepsgrond van eiser sub 1 over strijd met artikel 7:11 van de Awb geen bespreking meer. De rechtbank verwijst naar haar overwegingen onder 4.2. en 4.3.

Conclusie en gevolgen

Beroepen gegrond, herroepen besluit van 23 januari 2023
10.1.
Omdat de beroepen van eisers voor zover gericht tegen het besluit van 20 december 2023 gegrond zijn, vernietigt de rechtbank het besluit van 20 december 2023 vanwege strijd met het bepaalde in artikel 2.17, eerste lid, van het Abm.
10.2.
Omdat de beroepen van eisers sub 1 en 2 voor zover gericht tegen het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 gegrond zijn, vernietigt de rechtbank het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 omdat dit besluit in strijd met het bepaalde in artikel 3:2 Awb en 7:12, eerste lid, Awb onzorgvuldig tot stand is gekomen en een deugdelijke motivering ontbeert.
10.3.
Omdat door de vernietiging van het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 het besluit van 23 januari 2023 waarbij het handhavingsverzoek van (onder meer) eisers is afgewezen, herleeft, ziet de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, Awb aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 23 januari 2023 te herroepen.
Opdracht nieuw besluit op handhavingsverzoek 1 november 2022
11.1.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb dat het college binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen op het handhavingsverzoek van 1 november 2022 van (onder meer) eisers met inachtneming van deze uitspraak.
11.1.2.
Daarbij wijst de rechtbank er op dat de beperkte uitleg die het college ten tijde van de besluitvorming van 20 december 2023 aan het handhavingsverzoek heeft gegeven, niet kan worden gevolgd. Blijkens de bewoordingen is het handhavingsverzoek van 1 november 2022 gericht op ‘strikte en onmiddellijke handhaving van de geluidsnormen en een einde te maken aan de voortdurende geluidsoverlast die wij ondervinden veroorzaakt door Tennis Club Uitgeest”. Daarmee is het handhavingsverzoek naar het oordeel van de rechtbank niet beperkt tot het spelen van padel, maar ziet het op het geluidsoverlast vanwege de gehele inrichting.
11.1.3.
De rechtbank wijst er verder op dat, anders dan waarvan het college lijkt uit te gaan, het spelen van tennis bij TCU niet kan worden gekwalificeerd als een zogenoemd ‘bestaand recht’, waarop niet zou kunnen worden gehandhaafd.
Voorlopige voorziening
12.1.
Omdat de besluiten van 4 juli 2023, 26 juli 2023 en 20 december 2023 worden vernietigd en het besluit van 23 januari 2023 wordt herroepen, ziet de rechtbank in afwachting van nadere besluitvorming door het college aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb.
12.2.
De rechtbank bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat tot zes weken na de datum waarop het (nieuwe) besluit op het handhavingsverzoek aan partijen is bekendgemaakt, bij TCU uitsluitend mag worden getennist en dat dit uitsluitend mag in de dagperiode (van 07:00 tot 19:00 uur). Bij het treffen van deze voorlopige voorziening heeft de rechtbank rekening gehouden met de belangen van alle partijen en ook betrokken dat uit de stukken blijkt dat tennis op zichzelf bezien in de dagperiode geen overschrijding geeft van de geluidsnormen.
Proceskosten en griffierecht
13.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen.
13.2.
De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-.
13.3.
De gemachtigden van eisers hebben beroepschriften ingediend en hebben aan de zitting deelgenomen. De vergoeding per eisende partij bedraagt dan € 1814,-.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gericht tegen het besluit van 20 december 2023 gegrond;
- vernietigt het besluit van 20 december 2023;
- verklaart de beroepen van eisers sub 1 en 2 gericht tegen het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 gegrond;
- vernietigt het samengestelde besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023;
- herroept het besluit van 23 januari 2023;
- draagt het college op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit te nemen op het handhavingsverzoek van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat bij TCU uitsluitend mag worden getennist en dat dit uitsluitend mag in de dagperiode (van 07:00 tot 19:30) tot zes weken nadat het college (opnieuw) heeft beslist op het handhavingsverzoek van (onder meer) eisers van 1 november 2022);
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiser sub 1 moet vergoeden;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eisers sub 2 moet vergoeden;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiser sub 3 moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan eiser sub 1;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan eisers sub 2;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan eiser sub 3.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter, en
mr. drs. J.H.A.C. Everaerts en mr. T.J.H. Verstappen, leden, in aanwezigheid van
mr. P.C. van der Vlugt, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, waarvan de getroffen voorlopige voorziening deel uitmaakt, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.zaaknummer 23/4504
2.zaaknummer HAA 24/36
3.zaaknummer HAA 24/941
4.Het rapport ‘Akoestisch onderzoek Industrielawaai Tennisclub Uitgeest Waldijk 2 Uitgeest (gemeente Uitgeest)’ van 31 oktober 2022, opgesteld door ASP Akoestisch Adviesbureau: overschrijding van 9 dB(A) in de avondperiode en 4 dB(A) in de dagperiode op de Gorskamplaan 40.
5.Geluidsmeting:
6.Derde-partijen beroepen zich in dat verband op de memo ‘Contra expertise padelbaan Uitgeest’ van 24 april 2024, opgesteld door M+P raadgevende ingenieurs B.V., waarin – voor zover hier van belang – is aangegeven dat in het rapport van ASP de geluidsbelasting wordt onderschat.
7.TCU stelt dat is uitgegaan van een onjuist bronvermogen.
8.Het memo dateert van 24 april 2024 en is opgesteld door Saskia Hardeman, werkzaam bij M+P raadgevende ingenieurs B.V.
9.Eiser wijst in dit verband op de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 7 juni 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:5210, r.o. 7 e.v.