Deze uitspraak betreft de definitieve berekening van de tegemoetkoming onder de Tweede Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-2) voor de tweede aanvraagperiode. Eiseres, een B.V. uit [plaats], is het niet eens met de nihilstelling van de tegemoetkoming en de terugvordering van € 98.800,00 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De rechtbank beoordeelt of de minister de tegemoetkoming terecht heeft vastgesteld op € 0,00 en of de terugvordering rechtmatig is. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister de NOW-2 terecht op € 0,00 heeft vastgesteld en dat de terugvordering gerechtvaardigd is. Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor de tegemoetkoming op 14 augustus 2020 en ontving een voorschot van € 98.800,00. De minister heeft op 27 januari 2023 de definitieve berekening vastgesteld op € 0,00, wat leidt tot de terugvordering van het voorschot. Eiseres heeft bezwaar gemaakt, maar de minister heeft het besluit gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat de minister de berekeningswijze van de NOW-2 correct heeft toegepast en dat er geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres heeft ook een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn, wat de rechtbank toekent. De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van € 1.000,00 aan schadevergoeding en € 453,50 aan proceskosten. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.