Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser 1] en [eiser 2] , uit Nieuw-Vennep, eisers
Samenvatting
Procesverloop
2.1. Met het bestreden besluit van 26 juni 2025 op het bezwaar van eisers is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Standpunten
Eiseres woonde ten tijde van het bestreden besluit en daaraan voorafgaand bij haar ouders in. Dit betreft een koopwoning met vier slaapkamers, waarvan eiseres de zolderkamer tot haar beschikking had. Eiseres is in mei 2025 bevallen van een dochter. Eisers stellen dat de kamer te klein is voor haar en de baby. Eiseres heeft een jonger broertje met autisme voor wie haar ouders mantelzorg dragen. Eiser woonde eerst bij zijn vader en is na de geboorte van de baby ook in de woning van de ouders van eiseres gaan wonen. De woning van de vader van eiser is, aldus eisers, ook te klein om gezamenlijk te wonen.
Het college heeft de weigering om een urgentieverklaring te verlenen gebaseerd op de volgende gronden. Er sprake is van algemene weigeringsgronden, omdat eisers niet voldoen aan het gestelde in artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Huisvestingsverordening [1] in samenhang met 2.2 van de Beleidsregel [2] . Zoals omschreven in 2.2. van de Beleidsregel is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem als het huishouden van aanvrager te klein is behuisd. Dit is volgens het college hier het geval. Daarnaast wijst het college erop dat eisers het woonprobleem kunnen oplossen door gebruik te maken van twee eengezinswoningen, te weten de woning van de ouders van eiseres en de woning van de vader van eiser. Het college heeft in de persoonlijke omstandigheden van eisers geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen. Voorts is er geen sprake van overige bijzondere omstandigheden die ertoe leiden om toch een urgentieverklaring toe te kennen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
11. De voorzieningenrechter stelt op basis van de gedingstukken vast dat, zoals namens het college ook is verklaard, het bestreden besluit is verzonden per post en per e-mail. Eisers hebben niet ontkend het bestreden besluit te hebben ontvangen. Uit het bestreden besluit blijkt verder dat deze niet met een handtekening is ondertekend, maar wel onderaan is vermeld “namens de burgemeester en wethouders (…)” en vervolgens de naam met functievermelding van de teammanager juridische zaken staat vermeld. De voorzieningenrechter ziet gelet op het voorgaande geen grond om er in dit geval aan te twijfelen dat het bestreden besluit geautomatiseerd, althans elektronisch, is aangemaakt en namens het college door de behandelend ambtenaar is verzonden. De voorzieningenrechter overweegt dat daarmee aan eisers, anders dan zij stellen, een besluit is verzonden dat te controleren valt. Daargelaten of de ondertekening in casu voldoet aan de eisen van een digitale handtekening, betekent de enkele omstandigheid dat een ondertekening ontbreekt, in een geval als hier aan de orde waarbij sprake is van een geautomatiseerd aangemaakte brief, niet dat daaraan het besluitkarakter moet worden ontzegd [3] . De omstandigheid dat niet met een zogenoemde natte handtekening is ondertekend, betekent niet dat het besluit geen rechtsgevolg heeft. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Algemene weigeringsgronden
Zorgvuldig onderzoek
“(…)
Mondeling advies arts Argonaut d.d. 13 januari 2025Bij de vergadering van de urgentiecommissie is altijd een onafhankelijk arts van Argonaut aanwezig, mevrouw J. Tanackov in dit geval. De arts concludeert dat er bij u al jaren sprake is van astma. Hiervoor staat u onder controle bij een longarts. De arts geeft aan dat er geen medische noodzaak is voor verhuizen op korte termijn op grond van de aangeleverde stukken en beschreven woonsituatie, Verder is stress over de toekomst geen medische grond op basis waarvan urgentie wordt verstrekt. (…)”
17.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de overgelegde stukken blijkt dat in het primaire besluit het mondelinge advies van de arts van Argonaut van 13 januari 2025 is weergegeven en dat de inhoud van het advies eveneens is vermeld in het aanvullende advies van 18 maart 2025 naar aanleiding van het bezwaarschrift. Ook blijkt uit de stukken dat het aanvullende advies op 1 april 2025 per e-mail aan eiseres is gestuurd. Daarmee was het medisch advies dat mede aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende kenbaar en controleerbaar. Dat in de aanvraagfase een mondeling advies is gegeven, is gebruikelijk [4] en de voorzieningenrechter ziet hierin geen onzorgvuldigheid.
17.2. Verder is bij de beoordeling van belang dat in het aanvullend advies van 18 maart 2025 de arts van Argonaut, J. Tanackov, het volgende heeft opgenomen:
19. Het college heeft eisers bij e-mail van 26 mei 2025 bericht dat de omstandigheden, nu de baby is geboren, gewijzigd zijn en hen daarom onder andere verzocht om plattegronden van de woningen, een routebeschrijving tussen de beide woningen, foto’s en filmpje van de ruimte waar eiseres en de baby nu verblijven en een concrete uiteenzetting van de huidige leefsituatie van eisers, de familie van eisers en de baby. Verder staat in deze e-mail:
“- als u vindt dat u en de baby in een acute noodsituatie zitten: een toelichting met, als mogelijk, bewijsstukken;
- als u vindt dat u en de baby in een levensontwrichtende woonsituatie zitten (ernstige bedreiging van de lichamelijke en/of sociale-psychische gezondheid als gevolg van de woonsituatie): een toelichting, als mogelijk voorzien van bewijsstukken.”
20. Als uitgangspunt bij de beoordeling geldt dat het toepassen van de hardheidsclausule een discretionaire bevoegdheid van het college is die door de voorzieningenrechter terughoudend moet worden getoetst. Alleen in uitzonderlijke situaties, waarin overduidelijk is dat toewijzing van een zelfstandige woonruimte op een zo kort mogelijke termijn dient plaats te vinden, omdat het langer voortduren van de bestaande situatie om medische, psychosociale of maatschappelijke redenen onverantwoord is, dient de hardheidsclausule toegepast te worden.
Het is vaste rechtspraak dat het aan de aanvrager is om aannemelijk te maken dat sprake is van een schrijnende situatie of een omstandigheid die tot verlening van de urgentieverklaring noopt. [5]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtsmiddel
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
- de aanvrager bewoont of bewoonde woonruimte op grond van een tijdelijke huurovereenkomst.