ECLI:NL:RBNHO:2025:14008

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
HAA 24/6144
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de ontheffing voor sluitingstijd van de kantine van Tennis Club Uitgeest

Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in de zaak tussen eisers, bewoners van Uitgeest, en de burgemeester van de gemeente Uitgeest. De zaak betreft de ontheffing die aan Tennis Club Uitgeest (TCU) is verleend om de sluitingstijd van de kantine te verruimen van 23:00 uur naar 24:00 uur. Eisers zijn het niet eens met deze ontheffing en hebben beroep ingesteld. De rechtbank heeft het procesverloop uiteengezet, waarin TCU op 26 maart 2024 de burgemeester heeft verzocht om de sluitingstijd te verruimen. De burgemeester heeft op 4 april 2024 de ontheffing verleend, wat door eisers is bestreden. De rechtbank heeft de argumenten van eisers beoordeeld, waaronder geluidsoverlast en het niet naleven van voorschriften. De rechtbank concludeert dat de burgemeester in redelijkheid de ontheffing heeft kunnen verlenen, omdat er geen overtredingen zijn geconstateerd en de ontheffing in overeenstemming is met de Horecanota. De rechtbank verklaart het beroep van eisers ongegrond, wat betekent dat TCU de kantine tot 24:00 uur open mag houden. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/6144

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] uit Uitgeest, eisers

(gemachtigde: mr. H. Martens),
en

de burgemeester van de gemeente Uitgeest

(gemachtigde: mr. A.E.M van den Berg).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de vereniging
Tennis Club Uitgeest, uit Uitgeest (TCU)
(gemachtigde: mr. K. van Driel).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de aan TCU verleende ontheffing om de kantine van de vereniging om 24:00 uur te sluiten in plaats van om 23:00 uur. Eisers zijn het met de ontheffing niet eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de aan TCU verleende ontheffing.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de ontheffing kon verlenen. Het beroep van eisers is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.3.
Onder 2.1 en verder staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2.1.
TCU is gevestigd op Waldijk 2 in Uitgeest en heeft daar een kantine in gebruik die op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Uitgeest 2023 (APV) gesloten moet zijn van 23:00 uur tot 07:00 uur. Eisers wonen tegenover TCU.
2.2.
TCU heeft de burgemeester op 26 maart 2024 gevraagd om voor haar kantine bij wijze van ontheffing een ander sluitingsuur vast te stellen, te weten 24:00 uur.
2.3.
Bij besluit van 4 april 2024 heeft de burgemeester, onder het stellen van voorschriften, de gevraagde ontheffing verleend. Met het bestreden besluit van
5 augustus 2024 op het bezwaar van eisers is de burgemeester bij dat besluit gebleven.
2.4.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1] , bijgestaan door voornoemde gemachtigde en de gemachtigde van de burgemeester. Namens TCU hebben [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] deelgenomen, bijgestaan door voornoemde gemachtigde.
2.6.
Gelijktijdig met dit beroep zijn op zitting vier andere beroepen behandeld [1] , die alle zien op een handhavingsbesluit genomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest jegens TCU. De rechtbank heeft het onderzoek in die vier zaken geschorst teneinde verschillende partijen in de gelegenheid te stellen om te reageren op door TCU op de zittingsdag ingebrachte stukken. Omdat de burgemeester tijdens de zitting heeft gevraagd om in die stukken en de reacties daarop ook te worden gekend, heeft de rechtbank ook het onderzoek in dit beroep geschorst. Na over en weer ontvangen reacties heeft de rechtbank op 27 juni 2025 het onderzoek in alle zaken gesloten. De termijn van het doen van een uitspraak is vervolgens meerdere keren verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

Het primaire besluit
3. In het besluit van 4 april 2024 staat dat de burgemeester de aanvraag heeft getoetst aan de APV en aan de Horecanota Uitgeest 2023 (hierna: de Horecanota). De weigeringsgronden bedoeld in artikel 1:8 APV zijn volgens de burgemeester niet van toepassing gebleken. Bij het verlenen van de ontheffing is verder betrokken dat door TCU vanaf 2018 ieder jaar een ontheffing van de sluitingstijd is aangevraagd en dat deze ook is verleend. Om eventuele hinder voor omwonenden te verminderen is een extra voorschrift aan de ontheffing verbonden, te weten het voorschrift ‘U maakt geen gebruik van de hoofdingang om zo de hinder voor omwonenden te beperken.’
Het bestreden besluit
4. In het bestreden besluit is de burgemeester bij de verleende ontheffing gebleven omdat hem niet is gebleken dat hij deze had moeten weigeren. Uit de controles van de Omgevingsdienst IJmond (negen bezoeken aan TCU in twee maanden) blijkt dat geen geluidsoverlast door stemgeluid vanwege het gebruik van de kantine en/of het terras is waargenomen. De burgemeester kon daarom niet vaststellen dat het woon- en leefklimaat door het gebruik van de kantine wordt aangetast. Bij zijn besluit bij de verleende ontheffing te blijven heeft de burgemeester ook betrokken dat TCU al lang bestaat en sinds 2018 ook steeds op haar verzoek ontheffing heeft gekregen van de openingstijden en dat tegen die ontheffingen geen bezwaar is gemaakt. Nu geen gebruik meer mag worden gemaakt van de hoofdingang – die ingang is afgesloten en er staat een bord dat naar de zijingang verwijst – wordt ook rekening gehouden met de leefomgeving van de omwonenden van TCU, waaronder eisers. Eisers betwisten dit, maar de burgemeester kan op grond daarvan niet vaststellen dat de controlerapporten van de Omgevingsdienst IJmond onjuist zouden zijn. De burgemeester gaat daarom uit van de juistheid daarvan. Eisers hebben op 12 juli 2024 een e-mailbericht met twee nadere stukken ingebracht, waaruit zou blijken dat eisers wel degelijk overlast ondervinden. De adviescommissie bezwaarschriften Uitgeest heeft deze stukken buiten beschouwing gelaten omdat de termijn voor het indienen van stukken al ruimschoots was verstreken.
Toetsingskader
5.1.1.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veel wetten en verordeningen die regels stellen die zien op de fysieke leefomgeving vervallen omdat deze regels – zoals verplicht gesteld in artikel 2.1, eerste lid, Omgevingsbesluit [2] – zijn opgenomen in het omgevingsplan.
5.1.2.
Een APV is een gemeentelijke verordening die regels bevat die de fysieke leefomgeving betreffen, maar ook regels die daarop niet (direct) zien. In artikel 2.1, tweede lid, aanhef en onder c, Omgevingsbesluit is bepaald dat regels als bedoeld in artikel 174, derde lid, Gemeentewet in ieder geval niet worden opgenomen in het omgevingsplan.
5.1.3.
Artikel 174, derde lid, Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester belast is met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op ‘het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. De regels opgenomen in hoofdstuk 2, afdeling 4 ‘toezicht op openbare inrichtingen’ van de APV zijn op die bevoegdheid gebaseerd.
5.1.4.
Omdat de regels over openingstijden in ieder geval ten dele zijn gesteld met het oog op het woon- en leefklimaat, is er wel ruimte om deze regels in een omgevingsvergunning voor een bedrijf of in een omgevingsplan op te nemen. Daarop ziet de voorrangsregel die is opgenomen in artikel 2:29, zesde lid, APV [3] . Van een situatie waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien (opname in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning) is hier evenwel geen sprake. Daarom vormt de APV hier het toetsingskader.
5.2.1.
Op grond van artikel 2:29, eerste lid, APV is het verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daar te laten verblijven tussen 23:00 en 07:00 uur.
5.2.2.
Op grond van artikel 2:29, tweede lid, APV kan de burgemeester door middel van een ontheffing voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen. Ontheffing wordt verleend overeenkomstig de vigerende Horecanota.
5.2.3.
Op grond van artikel 2:29, derde lid, APV kan de burgemeester aan de ontheffing van de sluitingstijden voorschriften en/of beperkingen verbinden.
5.3.
Uit de Horecanota blijkt dat bij het verlenen van een ontheffing altijd een weging moet plaatsvinden tussen enerzijds het belang van de exploitant om langer te kunnen exploiteren en anderzijds het woon- en leefklimaat. De Horecanota geeft per horecacategorie openingstijden. Voor dag- en avondhoreca zoals hier aan de orde, gelden openingstijden na ontheffing van 07.00 uur – 00.00 uur en van 07.00 – 01.00 uur.
5.4.
Op grond van artikel 1:8 van de APV kan een ontheffing in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde
de openbare veiligheid
de volksgezondheid
e bescherming van het milieu
Standpunt eisers
6.1.
Eisers betogen dat de burgemeester ten onrechte de twee stukken die zij in bezwaar hebben ingebracht in reactie op het verweerschrift van de burgemeester niet in de beoordeling heeft betrokken. Door deze stukken buiten beschouwing te laten heeft de burgemeester volgens eisers, althans zo begrijpt de rechtbank de verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 november 2018 [4] , gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 7:11 Awb.
6.2.
Onder verwijzing naar meldingen die zij in 2023 en 2024 bij zowel de gemeente als de Omgevingsdienst IJmond hebben gedaan, betogen eisers dat het evident is dat zij overlast ondervinden.
6.3.
Eisers voeren verder aan dat in het besluit als voorwaarde is opgenomen dat geen gebruik wordt gemaakt van de hoofdingang om zo de hinder voor omwonenden te beperken. Aan dit voorschrift wordt volgens hen niet voldaan. Eisers hebben vastgesteld dat de hoofdingang wel wordt gebruikt en beschikken over beeldmateriaal waaruit dit blijkt. Hoewel dit punt meer een kwestie is van handhaving had in de besluitvorming van de burgemeester tot uitdrukking moeten komen dat TCU de regels niet naleeft.
7.1.
De rechtbank stelt voorop dat de burgemeester beoordelings- en beleidsruimte heeft bij het nemen van een besluit naar aanleiding van een verzoek om verruiming van de openingstijden. De burgemeester moet bij de voorbereiding van een dergelijk besluit de nodige kennis vergaren over de relevante feiten en de af te wegen belangen. De bestuursrechter toetst vervolgens of het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, deugdelijk is gemotiveerd en of het besluit geen onevenredige gevolgen heeft voor één of meer belanghebbenden. [5]
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid de gevraagde ontheffing heeft kunnen verlenen. De ontheffing is verleend in overeenstemming met de Horecanota. Het gekozen sluitingsuur wordt in de Horecanota genoemd bij horecacategorie 1a. Verder is door de burgemeester afdoende gemotiveerd dat geen van de weigeringsgronden uit artikel 1:8 APV aanleiding geeft tot weigering van de gevraagde ontheffing.
7.3.
In de te maken belangenafweging heeft de burgemeester mogen betrekken dat TCU al lange tijd ter plaatse is gevestigd en dat ieder jaar op haar verzoek ontheffing is verleend en dat daartegen nooit eerder is opgekomen.
7.4.
Eisers hebben het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest (hierna: het college) op 31 januari 2024 verzocht om handhavend op te treden tegen TCU wegens geluidsoverlast van het terras en de kantine. Dit verzoek is afgewezen bij besluit van 7 mei 2024 omdat uit controles uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJmond in de periode 31 januari 2024 tot en met 2 mei 2024 geen geluidsovertredingen vanwege het gebruik van de kantine zijn geconstateerd. Die omstandigheid heeft de burgemeester ook in zijn afweging mogen betrekken en heeft daarin geen aanleiding hoeven zien de gevraagde ontheffing te weigeren.
7.5.
In het beroepschrift stellen eisers dat de burgemeester bij de heroverweging ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de door hen gegeven nadere onderbouwing van geluidsoverlast (neergelegd in twee brieven). Indien en voor zover eiseres hiermee hebben willen betogen dat verweerder niet volledig op de hoogte was van de aard van de klachten van eisers over geluidsoverlast en de door eisers gestelde omvang daarvan, volgt de rechtbank eisers hierin niet. Verweerder was immers bekend met een groot aantal FIXI-meldingen van geluidsoverlast en met een bij de Omgevingsdienst IJmond ingediende klacht geluidoverlast, naar aanleiding waarvan door de Omgevingsdienst IJmond in de periode augustus 2023 – juni 2024 ook verschillende controles zijn uitgevoerd. De resultaten van deze controles hoefden verweerder, gelet op hetgeen hiervoor onder 7.4. is overwogen, evenwel geen aanleiding te geven om de gevraagde ontheffing te weigeren.
7.6.
Om aan de belangen van de omwonenden tegemoet te komen heeft de burgemeester aan de ontheffing voorts het voorschrift verbonden dat geen gebruik wordt gemaakt van de hoofdingang. De stelling van eisers dat TCU zich aan dat voorschrift niet houdt, maakt niet dat de burgemeester de gevraagde ontheffing had moeten weigeren. Het voorschrift is immers juist gesteld om de overlast te beperken. In het geval TCU zich daar niet aan houdt, is dat een handhavingskwestie. De rechtbank overweegt verder dat eisers weliswaar stellen dat zij beschikken over beeldmateriaal ter onderbouwing van hun stelling dat het voorschrift niet wordt nageleefd, maar dat zij hun betoog daarmee niet nader hebben onderbouwd, terwijl de burgemeester er anderzijds op heeft gewezen dat er tijdens diverse controles uitgevoerd in de periode tot het bestreden besluit (en ook daarna nog) op het punt van het gebruik van de hoofdingang geen overtredingen zijn geconstateerd.
8. Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester de gevraagde ontheffing in redelijkheid kunnen verlenen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat TCU de kantine tot 24:00 uur open mag houden.
10. Omdat het beroep ongegrond is, krijgen eisers het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter, en mr. drs. Everaerts en mr. T.J.H. Verstappen, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Met zaaknummers HAA 23/5620, HAA 23/5289, HAA 23/5866 en HAA 24/437
2.Dat artikel luidt als volgt: Onverminderd het tweede lid worden in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onder a, van de wet alleen in het omgevingsplan opgenomen.
3.Dat artikel luidt als volgt: Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1403, r.o. 12.1.