ECLI:NL:RBNHO:2025:13975

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
HAA 25/4890 en HAA 25/4888
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeken om voorlopige voorzieningen inzake toegang gemeentelijke opvang en wijziging adresgegevens van ontheemde uit Oekraïne

Op 1 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in de zaken HAA 25/4890 en HAA 25/4888, waarin verzoeker, een ontheemde uit Oekraïne, verzocht om voorlopige voorzieningen. De zaak betreft de ontzegging van toegang tot het Transferium in Heerhugowaard, de gemeentelijke opvang voor ontheemden, en de wijziging van zijn adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) naar 'vertrek onbekend waarheen'. Verzoeker is het niet eens met deze besluiten en vraagt om schorsing van de besluiten. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken beoordeeld op basis van de gronden van verzoeker en de omstandigheden van de zaak. In de zaak HAA 25/4890 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen, terwijl in de zaak HAA 25/4888 het verzoek is toegewezen en het bestreden besluit is geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker aaneengesloten ingeschreven blijft staan op zijn adres in Heerhugowaard, mits hij de gemeente informeert over zijn briefadres of een ander adres. De voorzieningenrechter heeft ook de belangen van de kinderen van verzoeker in overweging genomen, evenals de noodzaak van een veilige omgeving in de opvang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/4890 en HAA 25/4888

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 december 2025 in de zaken tussen

[verzoeker], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard, het college
(gemachtigden: mr. S. Smit en mr. E.C.W. van der Poel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over de besluiten van het college om verzoeker de toegang tot het Transferium in Heerhugowaard (de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne) te ontzeggen en hem in de basisregistratie personen (hierna: brp) in te schrijven als niet-ingezetene (‘vertrek onbekend waarheen’). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om voorlopige voorzieningen en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of de bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om de bestreden besluiten te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek in de zaak met nummer 25/4890 af. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in de zaak met nummer 25/4888 toe en schorst het bestreden besluit tot zes weken na het besluit op bezwaar. Dat betekent dat verzoeker aaneengesloten ingeschreven blijft staan op de [adres 1] te Heerhugowaard. Het is wel van belang dat verzoeker de gemeente laat weten of hij een briefadres wil aanvragen, dan wel of er een ander adres kan worden geregistreerd. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

HAA 25/4890

2. Verzoeker verblijft met zijn vrouw en drie kinderen in de opvanglocatie voor ontheemden uit Oekraïne, het Transferium in Heerhugowaard. Met het bestreden besluit van 15 augustus 2025 heeft het college verzoeker definitief de toegang tot het Transferium ontzegd. Verzoeker kan zich voor een slaapplek melden bij DNO Doen, Helderseweg 8A1 in Alkmaar.
HAA 25/4888
2.1.
Met het bestreden besluit van 14 oktober 2025 heeft het college verzoeker met ingang van 26 september 2025 ambtshalve uitgeschreven als ingezetene uit de brp.
In beide procedures2.2. Verzoeker heeft tegen de bestreden besluiten bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.3.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken aansluitend op 17 november 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, vergezeld door zijn vrouw, [naam 1] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Zij werden vergezeld door gemeenteambtenaren mr. [naam 2] , jurist handhaving, en [naam 3] , beleidsadviseur sociaal domein (aandachtsgebied Asiel en Migratie).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Verzoeken om vrijstelling van het griffierecht
3. Verzoeker heeft in beide procedures verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Met de door verzoeker overgelegde gegevens heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. De verzoeken om vrijstelling van het griffierecht zijn toegewezen.
HAA 25/4890
Heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening?
4. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedurende een bezwaarprocedure een voorlopige voorziening treffen, indien ‘onverwijlde spoed’ dat gelet op de betrokken belangen vereist.
4.1.
Het college heeft het spoedeisend belang niet betwist.
De voorzieningenrechter ziet gelet op de aard van deze zaak, het beëindigen van opvang voor een ontheemde uit Oekraïne en het verwijzen naar de nachtopvang van DNO Doen, aanleiding om de spoedeisendheid aan te nemen.
Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?
5. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
Wat zijn de standpunten van partijen?
6. Het college heeft het bestreden besluit genomen, omdat verzoeker, ondanks dat hij meerdere malen is gewaarschuwd, niet is gestopt met intimiderend gedrag. Verzoeker heeft in de afgelopen periode tweemaal een time-out gehad waarbij hem tijdelijk de toegang werd ontzegd tot het Transferium vanwege herhaaldelijk ernstige overlast en geweld. Op de time-out locatie heeft verzoeker zich ook herhaaldelijk agressief en intimiderend gedragen. Na terugkeer naar het Transferium heeft verzoeker zich wederom intimiderend gedragen.
6.1.
In het verweerschrift en op de zitting heeft het college toegelicht dat er in de periode voorafgaand aan 26 juni 2025 herhaaldelijk sprake is geweest van incidenten waarbij verzoeker agressief en intimiderend gedrag vertoonde richting medewerkers en medebewoners. Dit gedrag bestond uit schreeuwen, dreigen, het blokkeren van een uitgang en het veroorzaken van onrust op de locatie. Vanwege agressief gedrag en het niet opvolgen van de tijdelijke locatie ontzegging is hem van 9 juli 2025 tot 11 juli 2025 een gebiedsverbod opgelegd. Op 10 juli 2025 heeft er een gesprek met verzoeker en een tolk plaatsgevonden waarin de voorwaarden voor terugkeer, het agressieprotocol en veiligheidsafspraken zijn besproken. Verzoeker verliet dat gesprek voortijdig. In een aan verzoekers gestuurde vrijwillige gedragsaanwijzing van 10 juli 2025 is toegelicht dat verdere escalatie zal leiden tot oplopende maatregelen in ernst. Op 24 juli 2025 is aan verzoeker een terugkeerbrief uitgereikt. In die brief is aangegeven dat als verzoeker zich na terugkeer in het Transferium weer agressief, intimiderend gedraagt of overlast veroorzaakt het college de intentie heeft om hem definitief de toegang tot het Transferium te ontzeggen. Op 25 juli 2025 heeft er weer een incident plaatsgevonden, waarbij verzoeker luid heeft geschreeuwd en verbaal agressief zou zijn geworden. Hierna heeft het college het bestreden besluit genomen.
7. Verzoeker is het niet eens met het besluit van het college. Hij stelt dat hij gehoord had moeten worden, voordat het college het besluit had mogen nemen. Daarnaast is er onvoldoende onafhankelijk bewijs voor de verwijten die hem gemaakt worden en is sprake van selectieve verslaglegging. Op de zitting is namens verzoeker toegelicht dat er op 25 juli 2025 sprake was van een stressreactie bij verzoeker en er meer lawaai was dan normaal, maar dat dat een reden had omdat dat namelijk te maken had met de sleutel voor een kamer. Het besluit houdt volgens verzoeker geen rekening met de belangen van zijn drie minderjarige kinderen en is in strijd met artikel 8 van het EVRM. Er is geen reële alternatieve opvang, omdat er geen plaats beschikbaar was bij DNO Doen, het alleen nachtopvang is en deze locatie niet geschikt is voor verblijf met kinderen. De maatregel is buitenproportioneel. Er is sprake van een structureel nalaten van de gemeente door niet te reageren op verzoeken.
Wat is het beoordelingskader?
8. De voorzieningenrechter verwijst voor de relevante regelgeving naar de bijlage bij deze uitspraak.
9. Uit het in het bestreden besluit beschrevene blijkt dat verzoeker zich herhaaldelijk agressief, intimiderend en/of overlastgevend heeft gedragen en daarmee in strijd heeft gehandeld met het Huishoudelijk reglement gemeentelijke opvanglocatie ontheemden uit Oekraïne (Huishoudelijk reglement). Het college heeft ter onderbouwing van het besluit dagrapportages van beveiliging en lijsten van incidenten die zijn opgesteld door de huismeester overgelegd, een brief van 24 juli 2024 met een waarschuwing aan verzoeker alsook de besluiten waarbij eerder aan hem een tijdelijk locatieverbod is opgelegd. Verzoeker heeft de incidenten onvoldoende betwist. Een enkele ontkenning van de gedragingen en incidenten door verzoeker, zonder enige onderbouwing, doet de voorzieningenrechter niet twijfelen aan hetgeen is voorgevallen. Verzoeker heeft niet betwist dat er op 25 juli 2025 een incident heeft plaatsgevonden. Dat een deel van de rapportages afkomstig is van medewerkers van de opvanglocatie zelf en dus daarom niet onafhankelijk zou zijn, maakt niet dat het college zich niet op deze rapportages mag baseren. Het college kan maatregelen treffen op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c van de RooO als de ontheemde ernstige inbreuk maakt op het Huishoudelijk reglement. Het college heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het gedrag van verzoeker voldoende aanleiding mogen zien om maatregelen te nemen. De vraag is of het college verzoeker de toegang tot de opvang in het Transferium definitief mag onthouden en of het college kan volstaan met verwijzing van verzoeker naar de nachtopvang DNO Doen in Alkmaar.
10. De mogelijkheid om voorzieningen te beperken of in te trekken wegens geweld of overtreding van het Huishoudelijk reglement is per 1 oktober 2023 in artikel 7, eerste lid, aanhef, onder c en d van de RooO opgenomen. De toelichting bij deze wijziging vermeldt onder meer:
“Met het opnemen van twee nieuwe onderdelen in artikel 7, eerste lid, wordt geregeld dat de burgemeester ook bij niet naleving van de huishoudelijke reglementen of geweldpleging in de gemeentelijke opvang de verstrekkingen zoals beschreven in artikel 6, eerste lid, kan beperken.
Deze wijziging is overeenkomstig artikel 10, eerste lid, punten h en i, Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva), sluit tevens aan bij de behoefte van gemeenten aan meer handelingsperspectief bij overlastgevend gedrag op de gemeentelijke opvanglocaties voor ontheemden uit Oekraïne en is onderdeel van een breder handelingsperspectief voor deze doelgroep. Deze wijziging biedt de burgemeester de mogelijkheid om in ieder geval één of meer van de volgende maatregelen te nemen:
–het inhouden van leefgeld;
–beperken van deelname aan recreatieve of educatieve activiteiten;
–Het toepassen van een afwijkend regime op basis van de huisregels gedurende maximaal 8 uur per etmaal.
[...]
Of, en zo ja, in welke mate de verstrekkingen kunnen worden beperkt hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij als uitgangspunt geldt dat de maatregel in een juiste verhouding staat tot het gedrag of het nalaten van de desbetreffende bewoner (proportionaliteit). [...] Zodra de betrokkene weer voldoet aan de verplichtingen bedoeld in artikel 6, derde lid, worden de beperkingen opgeheven en het uitkeren van verstrekkingen hervat.
[...]
De ontheemde blijft ook vallen onder de reikwijdte van de richtlijn, en dat brengt in gevolge artikel 13 van de richtlijn, waaraan deze regeling dus moet voldoen, mee dat aan ontheemden ‘een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.’ In aansluiting bij artikel 10 van de Rva is het mogelijk om de verstrekkingen te beperken of beëindigen in een aantal gevallen, waarbij altijd in de basisvoorzieningen moet worden voorzien. Het is bijvoorbeeld mogelijk om het leefgeld te beperken of te beëindigen of een aangepast programma aan te bieden. Ook is het mogelijk om een ontheemde onder te brengen in een afgezonderd gedeelte van de opvanglocatie waar andere voorzieningen beschikbaar zijn. Tegelijk krijgen gemeenten een zekere mate van vrijheid om in hun huisregels een aangepast regime vast te leggen; er is ruimte voor gemeenten om in hun huisregels vast te leggen welk regime van toepassing is na overlast gevend gedrag, bijvoorbeeld voor een beperkter aanbod gedurende de dag.”
10.1.
In deze toelichting wordt verwezen naar een handelingsperspectief. Dit is het door de minister van Justitie en Veiligheid opgestelde ‘Handelingsperspectief aanpak overlast door vluchtelingen uit Oekraïne in gemeentelijke opvang’. Onderdeel hiervan vormt het ‘Maatregelenpakket bij overlast voortkomend uit onaangepast en ongeoorloofd gedrag in gemeentelijke opvang’. Daarin staat onder meer vermeld:
“Als gevolg van een bindend arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak Haqbin is het niet toegestaan om opvang aan overlastgevende asielzoekers volledig te onthouden, tenzij de betreffende lidstaat elders in de opvang voorziet. Dit arrest geldt onverkort voor ontheemden uit Oekraïne. Dit betekent dus dat ook een overlastgevende bewoner het recht op opvang behoudt. De opvang hoeft echter niet per se in dezelfde locatie te worden gecontinueerd. Overplaatsing naar een andere locatie is daarmee juridisch mogelijk.
[...]
Beperken of intrekken van verstrekkingen
Als het ongewenste gedrag ook na de correctiegesprekken onveranderd blijft of verergert, kan de burgemeester maatregelen treffen waarbij de verstrekkingen waar de bewoner recht op heeft wordt ingehouden. [...] Hiermee kan bij voortduring van het overlastgevende gedrag uiteindelijk een proportioneel besluit genomen worden, waarbij tevens is voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel, en de bewoner kan worden overgeplaatst naar een andere (time-out) locatie of andere maatregelen met grote impact voor de bewoner kunnen worden genomen.
Het beperken of intrekken van verstrekkingen kan bestaan uit:
• Het inhouden van leefgeld;
• beperken van deelname aan recreatieve of educatieve activiteiten;
• het toepassen van een afwijkend regime voor een maximale duur van 8 uur per etmaal.
Hierbij kan de toegang tot de opvanglocatie in die periode worden gelimiteerd, op voorwaarde dat altijd, binnen of buiten de opvanglocatie, in de minimale basisvoorzieningen (eten, onderdak) van de ontheemde wordt voorzien.
Overplaatsing naar een andere opvanglocatie binnen de gemeente
De burgemeester heeft op basis van artikel 9 RooO de bevoegdheid om een bewoner over te plaatsen naar een andere opvangvoorziening in dezelfde gemeente, indien dit in het belang van openbare orde of de veiligheid van andere ontheemden noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast kunnen gemeenten, indien noodzakelijk, een alternatieve opvangplek voor een bewoner regelen binnen dezelfde gemeente. Hiervoor is een overplaatsingsbesluit van de burgemeester vereist. Het is van belang dat bij dit besluit, indien van toepassing, de eenheid van het gezin in acht wordt genomen.
Overplaatsing naar een time-out locatie
Indien sprake is van overlast met een grote impact op overige bewoners of medewerkers van de opvanglocatie en andere maatregelen niet toereikend zijn, dan kan een bewoner tijdelijk worden overgeplaatst naar een time-out locatie, voor een maximale duur van 14 dagen. Overplaatsing naar een time-out locatie dient te worden gedaan op basis van het aannamebeleid dat is opgesteld door de gemeente die verantwoordelijk is voor de time-out locatie. Het uitgangspunt is dat de bewoner daarna weer terugkeert naar de oorspronkelijke gemeentelijke opvanglocatie.(…) Overplaatsing naar een time-out locatie buiten de eigen gemeente vindt plaats in onderling overleg tussen gemeenten, vereist instemming van de bewoner, en indien van toepassing, dient hierbij ook de eenheid van het gezin in acht te worden genomen.”
10.2.
Uit de toelichting op artikel 7, van de RooO volgt dat bedoeld is om het mogelijk te maken om de verstrekkingen te beperken of beëindigen wegens onder meer geweld, maar dat daarbij altijd in de basisvoorzieningen moet worden voorzien. Die basisvoorzieningen betreffen onder meer een fatsoenlijk onderkomen of middelen om huisvesting te vinden. Dit uitgangspunt volgt ook uit het door de minister van Justitie en Veiligheid opgestelde handelingsperspectief en maatregelenpakket. Daarin wordt expliciet overwogen dat ook een overlastgevende ontheemde uit Oekraïne recht op een bepaalde mate van opvang behoudt. Uit het maatregelenpakket blijkt bovendien dat indien sprake is van overlast met een grote impact op overige bewoners of medewerkers van de opvanglocatie en andere maatregelen niet toereikend zijn, als uiterste middel een bewoner tijdelijk kan worden overgeplaatst naar een time-out locatie, voor een maximale duur van 14 dagen.
Alternatieve opvang
11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aangeboden nachtopvang DNO Doen vooralsnog wel voldoet aan de minimumvereisten omdat deze opvang, zoals ter zitting is gebleken een gegarandeerde slaapplek biedt, mits verzoeker zich daar meldt. Er wordt in dat geval een bed voor hem vrijgehouden. Het college heeft toegelicht dat hij voorafgaand aan het bestreden besluit meerdere gesprekken heeft gevoerd met deze opvanglocatie en dat deze locatie ervan op de hoogte is gesteld dat verzoeker is verwezen naar deze opvanglocatie. Ter zitting heeft de gemachtigde van de gemeente toegelicht dat DNO Doen na het bestreden besluit een slaapplek voor verzoeker heeft vrijgehouden. Toen verzoeker niet kwam, is deze plek vergeven. Als verzoeker zich echter hiervoor meldt, zal de gemeente contact opnemen met DNO Doen en dan wordt de slaapplek voor hem geregeld. Niet is onderbouwd noch anderszins is gebleken dat verzoeker om gezondheidsredenen of andere redenen niet op deze locatie zou kunnen verblijven. Dat verzoeker zegt dat hij daar niet met zijn kinderen terecht kan, doet niet terzake, omdat het erom gaat of hij daar zelf terecht kan. Er was een bed voor hem beschikbaar, en dat is er, als hij zich daar meldt, nog steeds.
Artikel 8 EVRM12. De voorzieningenrechter acht voorts het bestreden besluit vooralsnog niet in strijd met artikel 8 EVRM. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het college zich op dit moment onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen als bedoeld in artikel 3 van het IVRK. Het college heeft hierbij betrokken dat de ontzegging het gevolg is van het eigen handelen. Het college heeft hierbij verder terecht opgemerkt dat een sfeer van veiligheid binnen het Transferium ook in het belang is van de kinderen (die daar verblijven) en dat meerdere malen is geconstateerd dat verzoeker onder invloed van alcohol of verdovende middelen verkeerde terwijl de kinderen aanwezig waren, zodat het de vraag is of omgang tussen verzoeker en zijn kinderen op dit moment wel in hun belang is. Daarbij konden en kunnen de kinderen hun vader buiten de opvanglocatie blijven ontmoeten, hetgeen, voor zover het college bekend, ook plaatsvindt. Gesteld noch gebleken is dat verzoeker zijn kinderen niet kan zien. Het bestreden besluit maakt het gezinsleven derhalve niet onmogelijk. Gelet op deze omstandigheden is de ontzegging van de toegang naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een evenredige inbreuk op het recht op family life van verzoeker en zijn gezin. Het college zal echter in het nog te nemen besluit op bezwaar de noodzakelijkheid en proportionaliteit van de inmenging op dit punt voldoende dienen te motiveren, in welk verband van belang is dat er geen sprake is van een tijdelijke, maar definitieve ontzegging. Het college heeft verwezen naar rechtspraak waarin sprake was een tijdelijke ontzegging van de toegang. In dit kader is ook het navolgende van belang.
12.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de besluitvorming onvoldoende blijkt, gelet op het definitieve karakter van de aangeboden nachtopvang, dat deze maatregel voldoet aan de eisen van proportionaliteit (evenwichtigheid) en subsidiariteit (noodzakelijkheid). Uitgangspunt bij het opleggen van een maatregel op grond van de RooO is dat deze tijdelijk van aard is en dat bij gebleken structurele verbetering van gedrag de mogelijkheid van terugkeer naar een daartoe bestemde opvangvoorziening Gemeentelijke opvang Oekraïners, die voldoet aan de minimumeisen van artikel 6 van de RooO, blijft bestaan. In dat kader rust op de burgemeester, gelet op zijn verantwoordelijkheid (zie de onder 10 beschreven toelichting op de regelgeving en het onder 10.1 beschreven maatregelenpakket), ook de verplichting om onderzoek te doen (desnoods bij andere gemeenten) naar de mogelijkheden om verzoeker terug te laten keren naar een daartoe bestemde opvangvoorziening. Daarbij is het uitgangspunt dat dit in dezelfde gemeente is en dient hierbij de eenheid van het gezin in acht wordt genomen. Niet gebleken is dat het college dit heeft gedaan. Hoewel het voorgaande, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, blijk geeft van enkele gebreken in de besluitvorming, is het de verwachting dat het college deze gebreken in de beslissing op bezwaar nog kan herstellen. Gelet op het feit dat verzoeker wel terecht kan bij de nachtopvang en daar een gegarandeerde slaapplek heeft, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om op dit moment een voorziening te treffen. De voorzieningenrechter laat daarbij het belang van het college om te kunnen optreden tegen het overlastgevend gedrag van verzoeker en de veiligheid van andere ontheemden zwaarder wegen dan het belang van verzoeker om op een gemeentelijke opvanglocatie voor Oekraïners binnen de gemeente Dijk en Waard te verblijven omdat verzoeker terecht kan bij de nachtopvang. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheid dat verzoeker niet in de gelegenheid is gesteld om voorafgaand aan het bestreden besluit een zienswijze naar voren te brengen, evenmin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Nog afgezien van de omstandigheid dat het bestuursorgaan af kan zien van toepassing van artikel 4:8 van de Awb op de gronden in artikel 4:11 van de Awb, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker in bezwaar kan worden gehoord, in welk kader het college ook heeft toegelicht dat op 27 november 2025 een hoorzitting staat gepland.
12.2.
De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat uit de stukken en de behandeling ter zitting duidelijk is geworden dat, mede door de taalbarrière, gemakkelijk miscommunicatie tussen verzoeker en zijn vrouw enerzijds, en de gemeente anderzijds, ontstaat. De gemachtigde van het college heeft toegelicht dat er vanuit het college op allerlei manieren is gereageerd en hulp wordt geboden. De voorzieningenrechter is zich er terdege van bewust dat het college heeft geprobeerd om het gedrag van verzoeker ten positieve te beïnvloeden, hetgeen geen gewenst resultaat heeft opgeleverd. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat gemeentebesturen zich gesteld zien voor een lastige opgave waar het betreft het voorzien in opvang. Desalniettemin mag van het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook verwacht worden dat hij in het bieden van hulp een actieve rol neemt.
HAA 25/4888
Heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening?
13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker ook een spoedeisend belang heeft bij dit verzoek. Het besluit om hem ambtshalve als ingezetene van Nederland uit te schrijven uit de brp heeft gevolgen voor voorzieningen waarop verzoeker aanspraak kan maken. Dat blijkt onder meer uit de toelichting van verzoeker dat hij nu geen toegang heeft tot zorg, terwijl er wel een actuele noodzaak tot zorgverlening bestaat omdat hij ernstige tandproblemen heeft.
Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?
14. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
Wat zijn de feiten en omstandigheden?
15. Verzoeker stond in de brp ingeschreven op het adres De [adres 1] te Heerhugowaard.
15.1.
Het college heeft op 25 augustus 2025 een brief gestuurd naar het adres De [adres 1] te Heerhugowaard, gericht aan verzoeker en tevens per e-mail. In deze brief schrijft het college informatie te hebben ontvangen dat hij mogelijk niet meer woont op dit adres. Verzoeker wordt in de brief gevraagd een eventuele verhuizing door te geven. Tevens kondigt het college aan een adresonderzoek te zullen gaan starten, indien binnen twee weken geen reactie wordt ontvangen. De brief die per post is verstuurd is retour gekomen.
15.2.
Bij brief van 26 september 2025 heeft het college aan verzoeker per post en per e-mail gemeld dat uit onderzoek is gebleken dat hij niet langer woont op het adres De [adres 1] te Heerhugowaard en dat hij nu voornemens is zijn adresgegevens ambtshalve te wijzigen in vertrek ingezetene uit Nederland.
Het voornemen dat per post is gestuurd is ook retour gekomen.
15.3.
Vervolgens heeft een adresonderzoek plaatsgevonden.
15.4.
Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft het college met ingang van 26 september 2025 verzoekers adresgegevens in de brp gewijzigd in vertrek als ingezetene uit Nederland. Dit omdat verzoeker volgens het college niet meer zou wonen op het adres De [adres 1] en hij geen aangifte van verhuizing of vertrek heeft gedaan.
Wat is het standpunt van verzoeker?
16.
Verzoeker voert aan dat hij het bestreden besluit niet persoonlijk heeft ontvangen. Zijn vrouw ontving slechts een e-mailbericht op 14 oktober 2025. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten van artikel 3:41 van de Awb. Verzoeker kwam er pas op 1 november 2025 bij zijn tandarts achter dat hij niet meer in de brp stond ingeschreven. Daarnaast vloeit de uitschrijving direct voort uit zijn onrechtmatige uitzetting door medewerkers van de gemeente Dijk en Waard. Volgens verzoeker is de conclusie ‘vertrokken onbekend waarheen’ feitelijk onjuist. Daarvoor wijst hij erop dat hij sindsdien nog steeds dagelijks in Heerhugowaard, in de directe omgeving van [adres 2] , verblijft. Hij werkt nog steeds bij Hotel [naam 4] in Heerhugowaard, werd regelmatig gezien door omwonenden, beveiligers en medewerkers en werd op 2 oktober persoonlijk gezien en gesproken door de locatiemanager van het Transferium.
Wat is het beoordelingskader?
17. In artikel 1.1, onder o, eerste lid, van de Wet BRP is – voor zover van belang – bepaald dat het woonadres het adres is waar betrokkene woont, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
17.1.
In het tweede lid is bepaald dat woonadres het adres is waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.
17.2.
In artikel 2.22, eerste lid van de Wet BRP is bepaald dat indien een ingezetene niet kan worden bereikt, van hem geen aangifte van wijziging van zijn adres of van vertrek is ontvangen als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, of 2.21, eerste lid, en na gedegen onderzoek geen gegevens over hem kunnen worden achterhaald betreffende het verblijf in Nederland, het vertrek uit Nederland noch het volgende verblijf buiten Nederland, het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente ambtshalve zorg draagt voor de opneming van het gegeven van het vertrek van de ingezetene uit Nederland.
17.3.
In het tweede lid is bepaald dat als datum van vertrek uit Nederland en van opheffing van het adres de dag wordt opgenomen waarop het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek is bekendgemaakt.
17.4.
Verder is van belang dat de in de brp vermelde gegevens zo betrouwbaar en duidelijk mogelijk dienen te zijn en dat de gebruikers van de gegevens erop moeten kunnen vertrouwen dat deze in beginsel juist zijn. Voor het wijzigen van eenmaal in de brp geregistreerde gegevens zal, gelet op het systeem van de Wet Brp, onomstotelijk moeten vaststaan dat deze gegevens onjuist zijn.
17.5.
Op grond van artikel 2.22 van de Wet BRP dient het college iemand uit te schrijven uit de brp, als er aan drie voorwaarden is voldaan:
- de persoon kan niet worden bereikt op het brp-adres;
- er is geen aangifte van verhuizing ontvangen;
- na gedegen onderzoek zijn geen (andere) verblijf- en adresgegevens van die persoon bekend geworden.
17.6.
Aan het vereiste dat iemand niet daadwerkelijk woont – en dus niet in persoon bereikbaar is – op zijn in de brp geregistreerde woonadres moet op grond van het tweede lid van artikel 2.22 zijn voldaan op de dag waarop het voornemen tot ambtshalve uitschrijving uit de brp wordt bekendgemaakt. Van belang is daarom de woonsituatie van verzoeker op 26 september 2025.
Is aan de voorwaarden voldaan?
18. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit is verstuurd naar het laatst bekende adres van verzoeker in de brp, namelijk De [adres 1] te Heerhugowaard. Niet in geschil is dat verzoeker ten tijde van de verzending van het besluit daar niet meer verbleef, maar daar wel nog ingeschreven stond in de brp. Verzoeker heeft geen ander adres aan het college doorgegeven, terwijl hij op grond van artikelen 2.39 en 2.43 van de Wet BRP daartoe wel verplicht was. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college het besluit van 14 oktober 2025 op de juiste wijze overeenkomstig het artikel 3:41 van de Awb bekend gemaakt aan het laatst bekende adres van verzoeker. Dat verzoeker het besluit niet persoonlijk heeft ontvangen omdat hij op dat moment niet meer op het adres verbleef, maakt niet dat sprake is van een geloofwaardige ontkenning van de ontvangst in de zin van de relevante jurisprudentie. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 maart 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1082) volgt dat verzoeker had moeten begrijpen dat het college, door het niet opgeven van een nieuw adres, van het laatst bekende adres gebruik zou maken. Bovendien heeft het college het besluit eveneens toegezonden aan het e-mailadres van zijn echtgenote dat ook wel door verzoeker wordt gebruikt om mee te corresponderen.
18.1.
Vast staat dat verzoeker sinds de definitieve ontzegging van de toegang op 15 augustus 2025 niet meer aanwezig is geweest op De [adres 1] te Heerhugowaard. Verzoeker verbleef vanaf toen, zo stelt hij, bij vrienden op verschillende plekken. Vast staat dat hij niet op De [adres 1] te Heerhugowaard heeft overnacht en hij daar overdag ook niet is geweest omdat hem definitief de toegang was ontzegd. Verzoeker kon op 26 september 2025 dan ook niet worden bereikt op het brp-adres waarop hij ingeschreven stond. Dat betekent dat aan de eerste voorwaarde voor uitschrijving is voldaan. Verder is niet in geschil dat geen aangifte van verhuizing is ontvangen. Ook aan de tweede voorwaarde voor uitschrijving is hiermee voldaan.
18.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de wetgever heeft overwogen dat iemand niet lichtvaardig uit de brp mag worden geschreven, omdat dit grote gevolgen kan hebben voor die persoon. Pas als een gedegen onderzoek geen nieuwe gegevens heeft opgeleverd over het verblijf in Nederland, het vertrek uit Nederland, of verblijf buiten Nederland, mag iemand worden uitgeschreven. Voor het uitvoeren van dit onderzoek is een protocol ontwikkeld, dat is neergelegd in de Circulaire Adresonderzoek BRP (de Circulaire) van 15 mei 2023. In de Circulaire is een stappenplan voor het adresonderzoek voorgeschreven, waarbij eisen aan iedere onderzoekstap worden gesteld.
Het onderzoek kan worden gestart door aanschrijving van de betreffende persoon om deze te wijzen op de plicht om aangifte te doen van adreswijziging. Het college heeft dit gedaan met de brief van 25 augustus 2025, die retour is gezonden, en ook per e-mail is verzonden. Als er geen reactie komt op de brief, dient volgens de Circulaire verder onderzoek te worden gedaan. Als evident is dat de persoon niet meer woont op het adres dat in de brp
opgenomen is, dan kan de gemeente in de brief het voornemen tot het
ambtshalve registreren van het vertrek uit Nederland opnemen.
18.3.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college in dit geval weliswaar de onderzoekshandelingen verricht, zoals voorgeschreven door de Circulaire, maar daaruit voorbarig de conclusie getrokken dat verzoeker moet worden geregistreerd in de brp met ‘adresgegevens onbekend’. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat in het geval van verzoeker het college zelf verzoeker de toegang tot de locatie op het laatst bekende adres had ontzegd zodat op grond daarvan het college ervan uit ging dat hij niet langer verbleef op dat adres. De vaststelling dat verzoeker niet kon worden bereikt en het onderzoek geen gegevens opleverde over zijn daadwerkelijke verblijfplaats is in dit geval onvoldoende om de registratie te wijzigen. Daarbij dient te worden betrokken de omstandigheid dat de vrouw en kinderen van verzoeker nog wel op de locatie in Heerhugowaard verbleven, en bekend was dat verzoeker contact met hen onderhield. Bovendien is een verblijfplaats niet hetzelfde als een adres in de zin van de brp. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het college ter zitting erop heeft gewezen dat verzoeker via de gemeente een briefadres kan aanvragen en hij dan op dat briefadres kan worden ingeschreven. Dat verzoeker dat nog niet had aangevraagd, kan hem in dit verband niet worden tegengeworpen. Dat de communicatie met verzoeker tot nu toe niet makkelijk verloopt, maakt dat niet anders. Gelet op de grote gevolgen die de wijziging van de brp gegevens voor verzoeker met zich brengt, had het op de weg gelegen van het college om alvorens tot wijziging van de brp registratie te besluiten verzoeker daarbij te ondersteunen. Ter zitting heeft het college de bereidheid daartoe uitgesproken.
18.4.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college verzoeker ten onrechte in de brp geregistreerd met ‘adresgegevens onbekend’. Dat betekent dat niet valt uit te sluiten dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.

Conclusie en gevolgen

19. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in de zaak met nummer 25/4890 af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat in die zaak geen aanleiding. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in de zaak met nummer 25/4888 toe en schorst het bestreden besluit tot zes weken na het besluit op bezwaar. Dat betekent dat verzoeker aaneengesloten ingeschreven blijft staan op de [adres 1] te Heerhugowaard. Het is wel van belang dat verzoeker de gemeente laat weten of hij een briefadres wil aanvragen, dan wel of er een ander adres kan worden geregistreerd. De voorzieningenrechter merkt op dat na de zitting uit een door verzoeker toegestuurde kopie van een brief van 19 november 2025 blijkt dat verzoeker inmiddels een verzoek bij het college heeft ingediend om hem een briefadres te verstrekken.
In de zaak met nummer 25/4888 zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Verzoeker is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, dit komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.

Beslissing

De voorzieningenrechter
in de zaak met nummer 25/4890
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
in de zaak met nummer 25/4888
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit tot de wijziging van de adresgegevens van verzoeker naar de vermelding “adresgegevens onbekend’ tot zes weken na het besluit op bezwaar.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Boomsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage

Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO)
Artikel 2
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden.(…)
Artikel 3
1. Het college van burgemeester en wethouders kan een tijdelijke alternatieve opvangvoorziening beschikbaar stellen die voldoet aan de minimumnormen zoals opgenomen in deze regeling indien:
a. er geen opvangvoorziening meer beschikbaar is; of
b. de specifieke situatie en bijzondere opvangbehoeften van een kwetsbare ontheemde andersoortige opvang vereist.
Artikel 4
1. Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheemde uitsluiten van de opvang, bedoeld in het artikel 2, eerste lid, indien:
a. de ontheemde rechtens van zijn vrijheid is ontnomen;
b. door de Minister belast met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 is geoordeeld dat betrokkene tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de Richtlijn;
c. de ontheemde tevens de Nederlandse nationaliteit bezit.
2. Het recht op opvang van een ontheemde wiens asielaanvraag die recht op opvang heeft gegeven is afgewezen, eindigt indien de tijdelijke bescherming is geëindigd en de vertrektermijn als bedoeld in artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 is verstreken.
Artikel 6
1. De opvang omvat in elk geval de volgende verstrekkingen:
a. onderdak in opvangvoorzieningen die een toereikend huisvestingsniveau bieden;
b. een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, tenzij de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft;
c. recreatieve en educatieve activiteiten;
d. een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid; en
e. betaling van buitengewone kosten.
2. (…)
3. Het college van burgemeester en wethouders stelt voor elke opvangvoorziening een huishoudelijk reglement op waarin tenminste passende maatregelen zijn opgenomen om geweldpleging en gender gerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie, te voorkomen en de verplichting van de ontheemde om:
a. de huisregels na te leven die zijn neergelegd in het reglement van de desbetreffende opvangvoorziening;
b. gevolg te geven aan de aanwijzingen van het personeel van de desbetreffende opvangvoorziening;
c. schoonmaakwerkzaamheden te verrichten in en rond de woonruimte; en
d. toegang te verlenen aan het personeel van de opvangvoorziening tot zijn woonruimte indien een redelijk vermoeden bestaat dat de ontheemde de huisregels overtreedt of indien dit voor het beheer van de opvangvoorziening redelijkerwijs noodzakelijk is.
Artikel 7
1. Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, beperken of intrekken indien:
a. de opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
b. de ontheemde de opvang definitief verlaat of gedurende een periode van 28 dagen niet in de opvang is verschenen zonder het college van burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte te stellen;
c. de ontheemde ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid;
d. de ontheemde een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. (…)
Artikel 9
1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen indien dit in het belang van de openbare orde of de veiligheid van andere ontheemden noodzakelijk wordt geacht.
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.