ECLI:NL:RBNHO:2025:13325

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
24/6524
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Indeling van een product geschikt voor specifiek gebruik in levensmiddelen bij slikstoornis

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland op 6 november 2025, staat de indeling van een product dat bedoeld is voor mensen met slikstoornissen centraal. Eiseres, een groothandel in voedings- en genotmiddelen, heeft een bindende tariefinlichting (bti) aangevraagd voor een product dat als verdikkingsmiddel dient. De inspecteur van de Douane heeft de bti afgegeven, maar heeft het product ingedeeld onder een andere goederencode dan eiseres voorstelde. Eiseres betoogt dat het product moet worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 1302 3900, terwijl verweerder stelt dat het onder GN-post 2106 moet vallen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het product uit verschillende ingrediënten bestaat, waaronder acaciavezels, xanthaangom, en andere additieven. De rechtbank oordeelt dat de indeling van het product moet worden bepaald op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product als geheel, en niet enkel op basis van de ingrediënten. De rechtbank concludeert dat het product, door de samenstelling en het gebruiksdoel, geschikt is voor menselijke consumptie en daarom onder GN-post 2106 moet worden ingedeeld. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond en bevestigt de beslissing van de inspecteur van de Douane.

De uitspraak benadrukt het belang van de objectieve kenmerken van producten bij de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur, en dat de aanwezigheid van andere ingrediënten de indeling onder een specifieke post kan beïnvloeden. De rechtbank wijst erop dat de indelingsregels van toepassing zijn en dat de indeling moet plaatsvinden op basis van de meest specifieke omschrijving.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/6524

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 6 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Andringa)
en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

Inleiding

Dit beroep gaat over de indeling van het product [x] in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN).

Procesverloop

Op 28 februari 2024 heeft verweerder aan eiseres een bindende tariefinlichting (bti) afgegeven.
Verweerder heeft met de uitspraak op bezwaar van 4 september 2024 het bezwaar tegen de bti ongegrond verklaard.
Eiseres heeft een beroepschrift ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 25 september 2025. Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en dr. [naam 2] (werkzaam bij het douanelaboratorium).

Feiten

1. Eiseres is een groothandel in voedings- en genotmiddelen algemeen assortiment. Zij houdt zich onder meer bezig met het importeren van voedingsproducten.
2. Eiseres heeft een bti aangevraagd voor [x] (het product). In haar aanvraag heeft ze verzocht om indeling van het product onder GN-onderverdeling 1302 3900 als ‘andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd’. Dat is vrij van invoerrechten. In vak 9 van de aanvraag heeft eiseres de goederen als volgt omschreven:
“The product is composed out of the following ingredients: Water, Soluble Vegetable Fibre (Acacia), Thickener (E415), Gelling Agents (E418, E440), Thickener (E412), Acids (E575, E330), Acidity Regulator (E331), Firming Agent (E509), Preservative (E202). The product serves as a food and beverage thickener for the dietary management of dysphagia. The active ingredient of the product is derived from the Acacia fibre. Acacia is a vegetable product. (…)
Thickeners that are derived from vegetable products are mentioned in the wordings of HS heading 1302. Taric code 1302 3900 00 applies to this type of thickeners.
(…)”.
3. Het Douane Laboratorium heeft een monster van het product geanalyseerd en geadviseerd het product in te delen onder goederencode 2106 9092 85 van het geïntegreerd tarief van de Gemeenschappen (Taric-code). In de uitslag van het monsteronderzoek van 31 januari 2024 staat onder meer:
“Productkenmerken: originele verpakking met pomp-flacon (500 ml) met opdruk [x] bevattend een vloeistof.
Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a.: water, oplosbare plantaardige vezels (acacia) (…), verdikkingsmiddel (xanthaangom) (…), geleermiddelen (gellangom, pectine), verdikkingsmiddel (guargom), zuren (glucono-delta-lacton, citroenzuur), zuurteregelaar (natriumcitraat), verstevigingsmiddel (calciumchloride), conserveermiddel (kaliumsorbaat).
Analyse Bevinding
Zetmeel/glucose ZETMGLUC (Q) < 1.7 % (m/m)
Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:
Door de toevoeging van o.a. zuren, zuurteregelaar, verstevigingsmiddel en conserveermiddel kan het product niet meer worden aangemerkt als een bindmiddel van post 1302.3.
Gezien het uiterlijk, de eigenschappen en/of de analyseresultaten wordt het monster ingedeeld als een product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen.
De tariefindeling is gebaseerd op de afwezigheid van sacharose/invertsuiker/isoglucose, zetmeel/glucose en melkvet.”
4. Verweerder heeft vervolgens een bti afgegeven met kenmerk [# 1] . Hij heeft de uitslag van het Douane Laboratorium gevolgd en het product ingedeeld onder de Taric-code 2106 9092 85 met een invoerrecht van 12,8%. In vak 7 van de bti heeft verweerder het product als volgt omschreven:
“Een verdikkingsmiddel voor menselijke consumptie met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- samengesteld om toe te voegen aan dranken, om deze veilig te kunnen drinken door personen met slikstoornis (dysfagie);
- water;
- oplosbare plantaardige vezels;
- verdikkingsmiddelen;
- zuren;
- zuurteregelaars;
- verstevigingsmiddelen;
- conserveermiddel;
- in de verschijningsvorm van een vloeistof.
Aangeboden in een kunststof flacon met een handpomp en doseermond en een inhoud van 1,5 of 0,5 liter”.
In vak 8 van de bti staat de volgende handelsbenaming en aanvullende informatie:
[x] .
Bij onderzoek door het Douane laboratorium bevonden:
- zetmeel/glucose: minder dan 1,7% (m/m)”.
Verweerder heeft in vak 9 de indeling van het product toegelicht:
“De algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur.
Aantekening 1, letter a, op hoofdstuk 30.
De tekst van de GN-codes 2106, 2106 90 en 2106 90 92. Door de toevoeging van onder andere zuren, zuurteregelaar, verstevigingsmiddel en conserveermiddel kan het product niet langer worden aangemerkt als een bindmiddel van GS-post 13.02. Gezien de analyseresultaten en het gebruiksdoel wordt het product aangemerkt als een product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen.
De tariefindeling is gebaseerd op de afwezigheid van sacharose/invertsuiker/isoglucose, zetmeel/glucose en melkvet. Laboratorium geraadpleegd d.d. 31 januari 2024, aangevraagd onder kenmerk 3767466-01, bekend onder laboratorium nummer 15300 F 23”.
5. Met de uitspraak op bezwaar heeft verweerder de utb gehandhaafd.

Geschil en standpunten van partijen

6. In geschil is of de bti voor de juiste goederencode is afgegeven.
7. Eiseres betoogt dat het product moet worden ingedeeld als ‘andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen’ onder GN-onderverdeling 1302 3900 op basis van indelingsregel 3b. Het product, dat een mengsel is, ontleent zijn wezenlijke karakter aan het bestanddeel acaciavezels. Daaruit bestaat het product voor ruim meer dan de helft, uitgaande van het droge-stofgehalte. Aan indeling onder GN-post 1302 staat niet in de weg dat het product een eindproduct is en geschikt is om te worden gebruikt door de consument (dus niet voor industrieel gebruik). Eiseres verwijst daarvoor naar de Engelstalige versie van de GS-toelichting en verschillende bti’s, waaronder de bti’s met kenmerken [# 2] en [# 3] . Uit de bewoordingen van de GN-post en de toelichting blijkt niet dat bereidingen onder GN-post 1302 zijn uitgesloten. Volgens eiseres hoort acaciagom in niet-bereide toestand onder GN-post 1301 en in bereide toestand onder GN-post 1302. Verder is niet vereist dat alle ingrediënten van het product vallen onder GN-post 1302. De GS-toelichting staat expliciet toe dat ingrediënten worden toegevoegd om de constante werking te bewerkstelligen. De zuurteregelaars en de conserveringsmiddelen zijn juist toegevoegd om een gelijkblijvende werking van het gebruik van het verdikkingsmiddel te bewerkstelligen. Hetzelfde geldt voor xanthaangom dat zowel een standaardiseringfunctie heeft als een bindmiddelfunctie.
8. Volgens verweerder kan het product niet met indelingsregels 1 en 6 worden ingedeeld onder GN-post 1302, meer specifiek GN-onderverdeling 1302 3900. Dit komt doordat het product naast acaciavezels bestaat uit onder andere xanthaangom, zuren, geleermiddelen, conserveermiddel, verstevigingsmiddelen en zuurteregelaars (tezamen aangeduid: de andere ingrediënten). De andere ingrediënten hebben niet als doel een gelijkblijvende werking van de acaciavezels bij het gebruik te handhaven, maar hebben als doel het product te verkrijgen en te conserveren. Door deze andere ingrediënten wordt een vloeibare verdikker gemaakt om mensen met de aandoening dysfagie te helpen. Daarnaast staat het toevoegen van onder andere niet-plantaardige bindmiddelen eraan in de weg dat het product onder GN-post 1302 wordt ingedeeld. GN-post 1302 ziet namelijk alleen op bindmiddelen die zijn verkregen uit plantaardige producten.
Verweerder stelt zich daarentegen op het standpunt dat met indelingsregels 1 en 6 het product moet worden ingedeeld onder GN-post 2106, meer specifiek onder Taric-onderverdeling 2106 9092 85 omdat sprake is van een bereiding die geschikt is voor menselijke consumptie. Het product is ook opgemaakt voor de verkoop in het klein en voorzien van gegevens omtrent het gebruiksdoel en dosering.
Aan indelingsregel 3b wordt, aldus verweerder, dus niet toegekomen. Daarom hoeft niet te worden bepaald aan welk ingrediënt het product zijn wezenlijke karakter ontleent. Als zou worden toegekomen aan indelingsregel 3b, dan moet worden gekeken naar het in te delen product en niet naar de ingrediënten die zijn berekend op basis van het droge-stofgehalte.

Relevante regelgeving

9. De GN-onderverdeling onder 1302 3900 luidt, ten tijde van belang en voor zover hier relevant:
AFDELING II
PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK
HOOFDSTUK 13
GOMMEN, HARSEN EN ANDERE PLANTENSAPPEN EN PLANTENEXTRACTEN
1302
Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en
pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen
plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd:
- plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, verkregen uit
plantaardige producten:
1302 39 00
- - andere
10. De Engelstalige GS-toelichting op GS-post 1302 luidt, voor zover hier relevant:
“(C)
Agar‑agar and other mucilages and thickeners, whether or not modified, derived from vegetable products.
Mucilages and thickeners, derived from vegetable products, swell in cold water and dissolve in hot, forming a homogeneous, gelatinous and generally tasteless mass on cooling. They are chiefly used as alternatives to gelatin in the preparation of food, in the manufacture of textile or paper dressings, to clarify certain liquids, for bacterial culture, in pharmacy and in the manufacture of cosmetics. They may be modified by chemical treatment (for example, esterified, etherified, treated with borax, acids or alkalis).
These products remain classified in this heading whether or not standardized by the addition of sugars (glucose, sucrose, etc.) or other products (in order to ensure a constant activity in use).
The most important are :
(…)
(4)
Thickenersobtained from gums or gum‑resins rendered water‑soluble by treatment with water under pressure or by any other process (…)”.
11. De Taric-code 2106 9092 85 luidt, ten tijde van belang en voor zover hier relevant:
AFDELING IV
PRODUCTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN; TABAK EN TOT VERBRUIK BEREIDE TABAKSSURROGATEN; PRODUCTEN, AL DAN NIET NICOTINE BEVATTENDE, BESTEMD VOOR INHALATIE ZONDER VERBRANDING; ANDERE NICOTINE BEVATTENDE PRODUCTEN, BESTEMD VOOR DE OPNAME VAN NICOTINE IN HET MENSELIJK LICHAAM
HOOFDSTUK 21
DIVERSE PRODUCTEN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE
2106
Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:
2106 90
- andere:
- - andere:
2106 90 92
- - - bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel
- - - - andere:
2106 90 92 85
- - - - - andere

Beoordeling door de rechtbank

12. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie onder meer Hof van Justitie 26 april 2017, C-51/16, Stryker EMEA Supply Chain Services B.V., ECLI:EU:C:2017:298, punten 39 en 45).
13. Op basis van indelingsregel 2b wordt onder een in een post vermelde stof niet alleen verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen. Indien goederen (daardoor) vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling aan de hand van indelingsregel 3 als volgt:
a. a) de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;
b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijke karakter ontlenen, indien dat kan worden bepaald;
c) in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder a) en b) niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
14. De rechtbank overweegt ten eerste dat ter indeling voorligt het product waarvoor een bti is aangevraagd. Bij die bti-aanvraag heeft eiseres onder andere een monster en productinformatie overgelegd van een vloeibaar product. Het droge-stofgehalte is, anders dan eiseres voorstaat, niet kenmerkend voor het product. De rechtbank neemt de omschrijving van het product, zoals opgenomen onder overweging 3 en 4, tot uitgangspunt. De rechtbank stelt, mede op grond van het monster dat tijdens de zitting is getoond en dat voorwerp was van de analyse door het douanelaboratorium, vast dat het product de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen heeft. Het product bestaat mede uit een kunststof flacon met een handpomp in een kartonnen verpakking. In de flacon zit een vloeistof bestaande uit de volgende ingrediënten van meest voorkomend naar minst voorkomend: water, acaciavezels (oplosbare plantaardige vezels), xanthaangom (verdikkingsmiddel), glucono-delta-lacton (zuren), gellangom (geleermiddel), kaliumsorbaat (conserveermiddel), calciumchloride (verstevigingsmiddel), citroenzuur (zuren), pectine (geleermiddel), guargom (verdikkingsmiddel) en natriumcitraat (zuurteregelaar).
15. Het product bestaat weliswaar uit meerdere ingrediënten welke afzonderlijk ingedeeld kunnen worden onder meerdere GN-posten, maar door deze ingrediënten in een bepaalde verhouding samen te voegen wordt het product gecreëerd dat een constante werking heeft. Dat product heeft als doel het eten en drinken te bevorderen voor mensen met een slikstoornis. Tijdens de zitting heeft verweerder toegelicht dat eten en drinken dikker wordt door daaraan een dosering van het product toe te voegen. Dit maakt het doorslikken van eten en drinken makkelijker. Waar eiseres voorstaat om de indeling te bepalen aan de hand van de acaciavezels (één van de ingrediënten van het product), meent verweerder dat naar het product als geheel moet worden gekeken.
16. Uit het monsteronderzoek blijkt dat de acaciavezels die deel uitmaken van het product, oplosbare plantaardige vezels zijn. Met het percentage acaciavezels dat in het product is verwerkt, wordt namelijk geen bindmiddel verkregen. Het dient als emulgator (hulpmiddel om vloeibare stoffen stabiel te laten mengen). Verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat een (substantieel) hoger percentage aan acaciavezels is vereist om het als bindmiddel te kunnen gebruiken. Eiseres heeft dat niet weersproken. Dit betekent dat de acaciavezels niet kunnen worden aangemerkt als bindmiddel in de zin van GN-post 1302. De rechtbank komt daarom niet toe aan de beoordeling van de argumenten die ten grondslag liggen aan de beroepsgrond dat het product wegens de acaciavezels, ondanks dat ook andere ingrediënten aan het product zijn toegevoegd, onder GN-post 1302 moet worden ingedeeld.
17. Het product bestaat verder onder meer uit pectine en guargom die wel de functie van verdikkingsmiddel hebben en kunnen worden ingedeeld als bindmiddel verkregen uit plantaardige producten in de zin van GN-post 1302. Om het product als geheel onder deze GN-post in te delen is vereist dat de overige ingrediënten enkel ter standaardisering van de pectine en guargom met het doel een gelijkblijvende werking bij het gebruik te handhaven (zie de GS-toelichting opgenomen onder 10). Dat is echter niet het geval. Verweerder heeft tijdens de zitting namelijk toegelicht dat het ingrediënt xanthaamgom het meest voorkomende verdikkingsmiddel is in het product. Xanthaangom is verkregen in de biomedische industrie en hoort dus thuis onder GN-post 3913. Niet gebleken is dat dit ingrediënt (mede) dient ter standaardisering van de pectine en guargom. Dit maakt dat het product, naar het oordeel van de rechtbank, op basis van indelingsregel 1 niet kan worden ingedeeld onder GN-post 1302.
18. Uit het voorgaande volgt dat het product geschikt is voor specifiek gebruik in levensmiddelen (toepassing bij slikstoornis) en daarmee dus geschikt voor menselijke consumptie. Dat heeft eiseres tijdens de zitting ook bevestigd. De rechtbank volgt verweerder daarom in het standpunt dat het product op basis van indelingsregels 1 en 6 moet worden ingedeeld onder GN-post 2106 en meer specifiek Taric-code 2106 9092 85.
19. Het product kan dus slechts onder GN-post 2106 worden ingedeeld. Hierdoor komt de rechtbank, anders dan eiseres tijdens de zitting heeft bepleit, niet toe aan toepassing van de indelingsregels 2a en 3.

Conclusie en gevolgen

20. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.
21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.E.A. Chao, voorzitter, en mr. P.H. Lauryssen en
mr. S.K.A. Efstratiades, leden in aanwezigheid van mr. E.P. van der Zalm, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.