De rechtbank Noord-Holland behandelde op 11 november 2025 een zaak tussen de vader en moeder van een minderjarige, waarbij de vader een zorgregeling en een informatieverplichting over zijn dochter vorderde. De minderjarige is sinds april 2022 onder toezicht gesteld en de ondertoezichtstelling is meerdere malen verlengd. De vader heeft sinds 2021 geen contact meer met zijn dochter en ontvangt zeer beperkte informatie van de moeder.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling adviseerden af te zien van omgang vanwege de angst en het verstoorde contact tussen de minderjarige en haar vader. De minderjarige zelf gaf aan geen contact met haar vader te willen en ook geen foto’s of filmpjes te willen delen. De moeder bevestigde dit standpunt en benadrukte het belang van het respecteren van de wens van de minderjarige.
De rechtbank oordeelde dat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige en wees het verzoek tot zorgregeling af. Wel werd een informatieverplichting opgelegd aan de moeder om de vader eenmaal per twee maanden schriftelijk te informeren over de gezondheid, school, sociale activiteiten en andere relevante zaken van de minderjarige, inclusief het verstrekken van recente foto’s en een video.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open binnen drie maanden na uitspraak. De rechtbank benadrukte dat de afwijzing van omgang tijdelijk is en dat bij gewijzigde omstandigheden opnieuw een verzoek kan worden ingediend.