ECLI:NL:RBNHO:2025:12631

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11622300 \ CV EXPL 25-2137
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van openstaande facturen in een geschil tussen een zelfstandige en een transportbedrijf

In deze civiele zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 24 september 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een zelfstandige, hierna te noemen [eiser], en de besloten vennootschap Tologic Transport B.V., hierna te noemen Tologic. De eiser vorderde betaling van openstaande facturen ter hoogte van € 6.878,85, vermeerderd met rente en kosten. De eiser stelde dat partijen een mondelinge overeenkomst hadden gesloten waarbij hij tegen een uurprijs van € 25,00 transportwerkzaamheden voor Tologic zou uitvoeren. Tologic betwistte de hoogte van de vordering en stelde dat er een ritprijs was afgesproken, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat de vordering van de eiser toewijsbaar was, omdat Tologic niet had aangetoond dat er een ritprijs was overeengekomen. De tegenvordering van Tologic werd afgewezen, omdat niet was komen vast te staan dat er een overeenkomst bestond voor de begeleiding van de eiser bij het aanvragen van een Nederlands rijbewijs. De kantonrechter heeft Tologic veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11622300 \ CV EXPL 25-2137
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
[eiser]handelend onder de naam
[bedrijf],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M.G. Lodewijk,
tegen
de besloten vennootschap TOLOGIC TRANSPORT B.V.,
te Beverwijk,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Tologic,
gemachtigde: mr. A.R.A. Bloem.
De zaak in het kortDe vordering van [eiser] tot betaling van de openstaande facturen wordt toegewezen. Tologic heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat partijen een ritprijs zouden zijn overeengekomen, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat. Het beroep op bevrijdende betaling en verrekening slaagt evenmin, omdat Tologic hiertoe eveneens onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd.
De tegenvordering wordt afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat partijen zijn overeengekomen dat Tologic [eiser] tegen betaling zou begeleiden bij het aanvragen van een Nederlands rijbewijs en behalen van het theoretische deel van de door [eiser] gevolgde opleiding.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 maart 2025
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 4 juni 2025
- het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 22 augustus 2025 met producties van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van Tologic.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is een zelfstandige die onder meer transportwerkzaamheden uitvoert.
2.2.
Partijen zijn overeengekomen dat [eiser] tegen betaling transportwerkzaamheden in Nederland en Duitsland zou uitvoeren voor Tologic.
2.3.
[eiser] heeft voor de weken 26 tot en met 29 van 2024 facturen aan Tologic gestuurd, waarin is vermeld hoeveel uren tegen een uurprijs van € 25,00 in rekening worden gebracht. Deze facturen zijn door Tologic voldaan.
2.4.
[eiser] heeft Tologic op 8 september 2024 twee facturen van in totaal € 6.878,85 gestuurd voor de uitgevoerde werkzaamheden in de weken 32 tot en met 35 van 2024, met het verzoek tot betaling over te gaan. Deze facturen zijn gebaseerd op een uurprijs van € 25,00. Tologic heeft – ondanks aanmaning daartoe – niet betaald.
2.5.
Tologic heeft [eiser] op 10 september 2024 verzocht om een aangepaste facturatie.
2.6.
Op een handgeschreven notitie (hierna: notitie 1) staan de werkzaamheden van [eiser] van 5 augustus tot en met 9 augustus 2024 opgesomd. Op deze notitie staat voor deze werkzaamheden een totaalbedrag van € 855,00 genoteerd. De notitie is – voor zover deze met blauwe pen is geschreven – door [eiser] opgesteld. Tologic heeft – met zwarte pen – eveneens aantekeningen op deze notitie genoteerd.
2.7.
Op een andere handgeschreven notitie (hierna: notitie 2) staan de werkzaamheden van [eiser] van 12 augustus tot en met 30 augustus 2024 opgesomd. Op deze notitie staat voor deze werkzaamheden een totaal bedrag van € 4.435,00 genoteerd. De notitie is – voor zover deze met blauwe pen is geschreven – door [eiser] opgesteld. Tologic heeft – met zwarte pen – eveneens aantekeningen op deze notitie genoteerd.
2.8.
In een door Tologic ingebrachte verklaring van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) van 1 mei 2025 staat:

Ondergetekende, [betrokkene 1], verklaart hierbij dat hij in de periode van 20 juli 2024 tot en met 25 augustus 2024 een bedrag van 3700 euro contant heeft voorgeschoten aan [eiser], namens Tologic Transport.Dit bedrag is op later moment per factuur volledig teruggestort op zijn bankrekening. Zie bijlage. (…)”
2.9.
Tologic heeft op 13 september 2024 een factuur van € 2.420,00 aan [eiser] verzonden, waarin de volgende omschrijving is opgenomen:

1 Code 95 Cursus behalen online via BVA Beroepvervoer1 Advies: Rijbewijs omzetten van BE naar NLDe bovengenoemde diensten zijn voor de heer [betrokkene 2] door Tologic Transport B.V. personeel uitgevoerd.(…)”.
[eiser] heeft de factuur niet betaald.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Tologic tot betaling van € 6.878,85, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen zijn mondeling overeengekomen dat [eiser] transportwerkzaamheden voor Tologic zou uitvoeren. Daarbij zou [eiser] op basis van een uurprijs van € 25,00 uitbetaald krijgen. Tologic heeft, hoewel daartoe aangemaand, de facturen van 8 september 2024 niet betaald.
3.3.
Tologic betwist dat partijen een uurprijs hebben afgesproken. Tologic voert aan dat sprake was van een ritprijs. Daarnaast kloppen de door [eiser] verzonden facturen niet en moeten deze gecorrigeerd worden.
Tologic voert voorts aan een bedrag van € 3.700,00 contant te hebben voldaan aan [eiser]. Zij heeft dus tot dit bedrag reeds bevrijdend betaald. Verder doet Tologic een beroep op verrekening van het gevorderde bedrag met twee boetes van in totaal € 319,00. Al met al is Tologic van mening dat zij hoogstens slechts € 1.171,00 aan [eiser] moet voldoen. Tologic concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
Tologic vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [eiser] tot betaling van € 2.240,00, vermeerderd met de proceskosten.
3.6.
Tologic legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tologic heeft [eiser] begeleid bij het aanvragen van een Nederlands rijbewijs en het behalen van het theoretische deel van een opleiding die [eiser] volgt. Partijen zijn overeengekomen dat [eiser] daarvoor een vergoeding zou betalen. Tologic heeft [eiser] gefactureerd, [eiser] heeft niet betaald.
3.7.
[eiser] voert aan dat partijen niet zijn overeengekomen dat Tologic hem tegen betaling zou begeleiden bij het aanvragen van een Nederlands rijbewijs en het behalen van het theoretische deel van een opleiding. Er is daarom geen betalingsverplichting. [eiser] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Tologic, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Tologic in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
De afspraken tussen partijen
4.1.
Voor de beantwoording van de vraag of partijen een uurprijs of ritprijs zijn overeengekomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn de omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, van beslissende betekenis. [1]
4.2.
[eiser] stelt dat tussen partijen een mondelinge overeenkomst geldt op grond waarvan op basis van een uurprijs zou worden afgerekend. Hoewel Tologic tijdens de mondelinge behandeling heeft aangevoerd dat sprake is van een schriftelijke overeenkomst, waarin is opgenomen dat tussen partijen op basis van een uurprijs en op basis van een ritprijs wordt afgerekend heeft zij deze overeenkomst niet ingebracht. Tologic heeft aangeboden de overeenkomst alsnog in te brengen. Omdat Tologic niet gesteld heeft dat uit die overeenkomst volgt dat in deze situatie die in deze zaak aan de orde is een ritprijs is afgesproken, ziet de kantonrechter geen aanleiding om Tologic toe te staan de overeenkomst alsnog in het geding te brengen.
4.3.Vast staat dat Tologic in het verleden facturen van [eiser] heeft voldaan waarbij is afgerekend op basis van een uurprijs van € 25,00. Desgevraagd heeft de heer [betrokkene 3] (DGA van Tologic, hierna: [betrokkene 3]) tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser] zowel op basis van een uurprijs als een ritprijs zou kunnen worden uitbetaald. Dit verschilde per opdrachtgever voor wie Tologic het transport moest uitvoeren, aldus [betrokkene 3] namens Tologic. Daarom heeft Tologic in het verleden wel facturen betaald waarbij [eiser] heeft gefactureerd op basis van een uurtarief, maar zijn de ter discussie staande facturen volgens Tologic onjuist. Die werkzaamheden zouden worden uitbetaald op basis van een ritprijs, aldus Tologic.
4.4.
Ter onderbouwing van het betoog dat een ritprijs is overeengekomen, wordt door Tologic verwezen naar de door haar overgelegde notities [2] . Daarop is een opsomming van verschillende data en bedragen zichtbaar. Tologic voert aan dat uit deze notities volgt dat deze werkzaamheden zouden worden uitgevoerd op basis van een ritprijs. Hoewel [eiser] niet tegenspreekt dat hij de notities – voor zover deze zijn geschreven met blauwe pen – heeft opgesteld, betoogt [eiser] dat hij deze notities op aanwijzing van Tologic op deze wijze heeft opgesteld. In werkelijkheid is echter afgesproken dat zou worden afgerekend op basis van een uurprijs. Daarom kunnen die notities niet als bewijs dienen dat sprake is van een ritprijs, aldus [eiser].
4.5.
Het betoog dat partijen een ritprijs zijn overeengekomen, volgt uit niets. Zelfs al zou de kantonrechter Tologic volgen in haar betoog dat partijen konden factureren op basis van zowel een rit- als uurprijs, is niet komen vast te staan dat voor de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan de openstaande facturen een ritprijs is overeengekomen. Tologic heeft daartoe onvoldoende gesteld. De handgeschreven notities kunnen gelet op hetgeen [eiser] daarover aanvoert niet als onderbouwing van het standpunt van Tologic dienen. Verder heeft Tologic [eiser] in het verleden uitbetaald op basis van een uurprijs en zijn door Tologic in het geheel geen facturen ingebracht waarbij op basis van een ritprijs is afgerekend.
4.6.
De kantonrechter overweegt verder dat Tologic zelfs als er een ritprijs zou zijn afgesproken, gelet op de door haar ingebrachte handgeschreven notities in beginsel een bedrag van € 4.435,00 moet betalen. De door haar overgelegde notitie 2 sluit immers aan op de factuur van 8 september 2024 van in totaal € 4.435,00 en ondersteunt daarmee het standpunt van [eiser]. Bij deze stand van zaken is onvoldoende concreet aangevoerd en onderbouwd dat voor de uitgevoerde werkzaamheden in de weken 32 tot en met 35 van 2024 gefactureerd moest worden op basis van een ritprijs.
4.7.
Tologic voert nog aan dat zij haar reactie op notitie 2 met zwarte pen heeft bijgeschreven in aanwezigheid van [eiser], die dat ontkent. Verder hebben er via Whatsapp verschillende gesprekken plaatsgevonden, op basis waarvan er correcties zijn aangebracht op notitie 2 en de hoogte van de daarin genoemde ritprijzen, aldus Tologic. Hoewel op notitie 2 verschillende malen met zwarte pen “
whatsapp” is opgeschreven, zijn deze Whatsappberichten niet in het geding gebracht. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan het betoog van Tologic dat [eiser] onjuist heeft gefactureerd. De vordering van [eiser] is daarom in beginsel toewijsbaar.
Tologic heeft niet bevrijdend betaald aan [eiser]
4.8.
Tologic voert aan dat zij € 3.700,00 in contanten aan [eiser] heeft betaald. Volgens Tologic heeft [betrokkene 1] [eiser] namens Tologic een bedrag van € 3.700,00 overhandigd, welk bedrag Tologic later heeft terugbetaald aan [betrokkene 1]. Bij de afgifte van deze contanten zouden meerdere mensen aanwezig zijn geweest, die daarover kunnen verklaren, aldus Tologic bij gelegenheid van de mondelinge behandeling. Ter onderbouwing heeft Tologic de onder rechtsoverweging 2.8 weergegeven verklaring van [betrokkene 1] overgelegd. Verklaringen van de andere aanwezigen zijn niet ingebracht, noch heeft Tologic concreet verklaard wie die personen waren en waarom zij aanwezig waren.
4.9.
De kantonrechter acht de onder rechtsoverweging 2.8. weergegeven verklaring te algemeen van aard om daaruit concreet af te leiden hoe, wanneer (op welke datum of data), waarom en in aanwezigheid van wie [eiser] een bedrag van € 3.700,00 zou hebben ontvangen. Verder is de verklaring in strijd met het betoog van Tologic zoals opgenomen in de conclusie van antwoord dat er twee contante betalingen aan [eiser] zouden zijn verricht, namelijk een betaling va € 1.700,00 en aansluitend nog een betaling van € 2.000,00. Tologic heeft dan ook onvoldoende concreet aangevoerd en onderbouwd dat tot een bedrag van € 3.700,00 bevrijdend is betaald, zodat de kantonrechter aan dit verweer voorbij gaat. Aan bewijs wordt daarom niet toegekomen.
Tologic kan de boetes niet verrekenen
4.10.
Ter zitting heeft [betrokkene 3] namens Tologic verklaard de boete van € 129,00 niet langer mee te rekenen. Tologic ‘laat die boete erbij zitten’. De kantonrechter laat het beroep op verrekening van deze boete daarom onbesproken.
4.11.
Voor zover Tologic aanvoert dat de boete van € 190,00 verrekend moeten worden met de vordering, is de kantonrechter van oordeel dat Tologic dit verweer onvoldoende heeft geconcretiseerd. Tologic heeft ter onderbouwing verwezen naar de handgeschreven notitie 1, waarop in het handschrift van [eiser] is vermeld dat een bedrag van € 190,00 in mindering wordt gebracht op het totaal verschuldigde. [eiser] heeft op de zitting toegelicht dat hij dat heeft opgeschreven omdat [betrokkene 3] stelde dat er een boete zou zijn, maar dat hij die nog wel toegezonden wilde krijgen om te zien of deze werkelijk verschuldigd was. Omdat [eiser] de boete nimmer heeft ontvangen gaat hij ervan uit dat er geen boete is, zodat er niets te verrekenen valt. Tegenover de betwisting van [eiser] heeft Tologic geen stukken in het geding gebracht waaruit de verschuldigdheid van deze boete volgt. Het verweer wordt daarom gepasseerd.
4.12.
De kantonrechter concludeert dat de vordering tot betaling van € 6.878,85 toewijsbaar is.
Tologic moet de rente en kosten betalen
4.13.
De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht waarom de rente met ingang van de gevorderde ingangsdatum verschuldigd is. Het betoog dat de rente toewijsbaar is door het verstrijken van de op de factuur genoemde betalingstermijn is daartoe onvoldoende, omdat niet is komen vast te staan dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen.
4.14.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 718,94 worden toegewezen.
4.15.
Tologic is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.189,40
in reconventie
4.16.
Een overeenkomst komt tot stand wanneer de ene partij een aanbod doet en de andere partij dat aanbod aanvaardt [3] . Daarvoor is van belang dat tussen partijen wilsovereenstemming bestaat. Om na te gaan of daarvan sprake is, zal gekeken moeten worden naar de verklaringen en gedragingen die partijen naar elkaar hebben geuit, de betekenis die partijen daaraan mochten toekennen en wat zij in dat verband van elkaar mochten verwachten.
4.17.
Tologic stelt dat zij in opdracht van [eiser] verschillende werkzaamheden heeft verricht tegen betaling van € 2.240,00. Tologic heeft – tegenover de betwisting daarvan door [eiser] – niet nader toegelicht of onderbouwd dat partijen zijn overeengekomen dat Tologic deze werkzaamheden tegen betaling zou verrichten. Van een overeenkomst (waarbij sprake is van aanbod en aanvaarding) is dan ook geen sprake.
4.18.
Tologic is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
169,50
(0,5 punt × € 339,00)
Totaal
169,50
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt Tologic om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.878,85, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente [4] over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 maart 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Tologic om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 718,94 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt Tologic in de proceskosten van € 1.189,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tologic niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen van Tologic af,
5.7.
veroordeelt Tologic in de proceskosten van € 169,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tologic niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.

Voetnoten

1.De zogenoemde Haviltex norm, zie ECLI:NL:HR:1981:AG4158 en de uitwerking in de jurisprudentie nadien, ECLI:NL:PHR:2021:680 en ECLI:NL:PHR:2021:1256).
2.Zie ook overweging 2.6. en 2.7.
3.In artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
4.als bedoeld in artikel 6:119a BW.