Uitspraak
1.[naam] C.V.,
2.
GROTE KERK HOORN B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met 4 producties;
- het tussenvonnis van 19 februari 2025;
- de van de zijde van [naam] c.s. op 16 juni 2025 ingekomen productie 5;
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
“Het gehuurde wordt casco verhuurd en wordt aanvaard in de staat zoals in aangegeven in het bij deze overeenkomst behorende proces-verbaal van oplevering (…). (…)”
3.Het geschil
(i) [naam] c.s. hoofdelijk veroordeelt om een luifel aan/ tegen het gehuurde te plaatsen;
(ii) [naam] c.s. hoofdelijk veroordeelt om ter hoogte van de leveranciersingang een bordes te plaatsen;
(iii) de overeengekomen huurprijs met ingang van 1 juni 2022 vermindert met 15%;
(iv) [naam] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot terugbetaling van de teveel/ onverschuldigd betaalde huur en Heineken machtigt om tot verrekening over te gaan;
(v) [naam] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de door Heineken geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet (schadestaatprocedure);
(vi) [naam] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 232.500,00 en Heineken machtigt tot verrekening over te gaan.
De geplande luifel, waarvoor een omgevingsvergunning is verkregen, kon niet kon worden gerealiseerd, zonder het maken van kostenverhogende constructieve aanpassingen waarin niet was voorzien. Reden waarom [naam] c.s. een nieuwe omgevingsvergunning hebben aangevraagd en van plan zijn om op korte termijn alsnog een luifel te plaatsen.
Gelet op het voorgaande is geen grond voor de door Heineken gevorderde huurprijsvermindering en schadevergoeding. Daarbij komt dat [naam] c.s. de hoogte van de door Heineken gestelde schade betwisten.
Voor zover de kantonrechter van oordeel is dat [naam] c.s. contractueel gehouden zijn een luifel en bordes aan te brengen, verzoeken [naam] c.s. dat de kantonrechter geen dwangsom oplegt.
Tot slot is sprake van een forse betalingsachterstand doordat The Saint niet aan haar betalingsverplichting voldoet.
Dit alles aldus [naam] c.s.
4.De beoordeling
“U heeft toegezegd dat u een (zeer) grote luifel zou plaatsen voor het terras van The Saint. Sinds uw 1e toezegging in 2021 hierover en de vele toezeggingen daarna ben u inmiddels tot en met de dag van vandaag als de pandeigenaar al geruime tijd in gebreke.” [4]
“De belangrijkste kwestie is het plaatsen van de luifel. Deze luifel is onderdeel van de vergunning en dient te worden geplaatst.” [5]
Dit alles valt naar het oordeel van de kantonrechter niet te rijmen met het hierover door [naam] c.s. in deze procedure ingenomen standpunt.
Heineken grondt haar aanspraak op huurprijsvermindering enkel op het ontbreken van de luifel en expliciet niet op het ontbreken van het bordes. [7] Anders dan [naam] c.s. aanvoeren, is voor de berekening van huurprijsvermindering niet vereist dat Heineken jegens [naam] c.s. heeft gesommeerd tot nakoming van de verplichtingen door het alsnog plaatsen van de luifel. Van meet af aan waren [naam] c.s. op de hoogte van het ontbreken van de luifel. Desondanks zal de kantonrechter de huurprijsvermindering laten ingaan op 1 mei 2023. Op de mondelinge behandeling heeft Heineken namelijk erkend dat zij er op enig moment mee akkoord is gegaan dat de luifel na het eerste terrasseizoen zal worden geplaatst. De kantonrechter leidt hieruit af dat Heineken dus haar aanspraken vanaf de start van het tweede terrasseizoen heeft willen voorbehouden. De kantonrechter neemt 1 mei 2023 als peildatum als start van het tweede terrasseizoen. Dit gebrek rechtvaardigt een huurprijsvermindering van 10% van de overeengekomen huursom.
[naam] c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Heineken worden begroot op: