Partijen, gehuwd sinds 2021, staan lijnrecht tegenover elkaar in een kort geding over wederzijdse contact- en locatieverboden. De vrouw vordert een verbod voor de man om zich binnen drie kilometer van haar ouderlijk huis te begeven en contact met haar op te nemen, wegens bedreiging en messteken in maart 2025. De man ontkent en vordert soortgelijke verboden tegen de vrouw.
De vrouw onderbouwt haar vorderingen met berichten van de man waarin hij dreigend is en toegeeft haar te hebben gestoken, een huisartsverklaring over steekwonden en een melding bij Veilig Thuis. De man ontkent en stelt dat de vrouw hem heeft aangevallen en valse aangifte deed. De voorzieningenrechter acht het verhaal van de vrouw aannemelijk en dat van de man ongeloofwaardig.
De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw toe, legt het contact- en locatieverbod aan de man op voor één jaar en wijst de vorderingen van de man af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen vier weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.