Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 1 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Douane, kantoor Breda, verweerder.
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
3.1 Vertegenwoordiging
De gegevens inzake goederengegevens, land van oorsprong, douanewaarde, netto kilogrammen en bescheidnummers waren juist overgenomen in de douaneaangiften. In de 92 douaneaangiften stond [eiseres] genoemd als aangever, terwijl het bedrijf niet als gemachtigde importeur stond genoemd in vak 2 van de overgelegde inlichtingenbladen INF 5. Om deze reden is [eiseres] niet gemachtigd om de goederen onder de regeling actieve veredeling te plaatsen.
(…)3.3Beoordeling wijziging douaneaangifte en tenietgaan douaneschuld(…)
Subsidiair betoogt eiseres dat als wel een douaneschuld is ontstaan, zij niet als douaneschuldenaar kan worden aangemerkt omdat zij geen verplichtingen hoefde na te komen in de zin van artikel 79, derde lid, onder a, van het DWU. Eiseres heeft geen onjuiste gegevens verstrekt bij het vermelden van statuscode vertegenwoordiger ‘1’ in de douaneaangifte.
Eiseres is volgens verweerder schuldenaar op grond van artikel 79, vierde lid, eerste alinea, van het DWU, omdat zij de aangiften in eigen naam en voor eigen rekening heeft ingediend, zonder te beschikken over een vergunning actieve veredeling EX/IM en zonder de rechten en verplichtingen van de vergunninghouder te hebben overgenomen.
De vermelding van [eiseres] als persoon van de aangever is een onbedoelde vergissing die berust op een kennelijke tikfout. Immers op basis van de hiervoor afgegeven machtigingen en instructies van de vertegenwoordigden had [eiseres]bij alle 92 douaneaangiften op moeten treden als vertegenwoordiger”
regelingin de zuiveringsaangifte toestond binnen de context van het
herzienvan de aangifte.