ECLI:NL:RBNHO:2024:600
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid rechter in verkeersboetezaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een verkeersboetezaak behandelde, omdat hij meende dat de verbalisant en officier van justitie een ambtsmisdrijf hadden gepleegd. Verzoeker stelde dat de rechter had moeten afzien van het openen van de zitting en direct aangifte van ambtsmeineed had moeten doen.
De rechter had echter niet vooraf kennisgenomen van de pleitaantekeningen van verzoeker en opende de zitting als procesbeslissing. De wrakingskamer oordeelde dat deze procesbeslissing geen grond voor wraking vormt en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of schijn van partijdigheid.
Verder stelde de kamer vast dat verzoeker feitelijk iedere rechter zou wraken die de zaak zou behandelen, hetgeen niet toelaatbaar is. De wrakingskamer verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van vóór het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.