De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de juridische vader en tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de biologische vader van drie minderjarige kinderen na het overlijden van de moeder.
De moeder was gehuwd met de juridische vader, met wie zij drie kinderen had. Daarnaast had zij een affectieve relatie met de biologische vader, met wie zij ook twee kinderen had. Na het overlijden van de moeder verzorgt de grootmoeder alle vijf kinderen. De biologische vader verzocht om het vaderschap van de juridische vader te ontkennen en zijn eigen ouderschap vast te stellen, alsmede de geslachtsnaam van de drie kinderen te wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat de biologische vader niet ontvankelijk was in zijn verzoeken, maar de bijzondere curator nam deze over namens de kinderen. Gezien de verklaringen en het belang van de kinderen werd het vaderschap van de juridische vader ontkend en het ouderschap van de biologische vader vastgesteld. De geslachtsnaam van de kinderen werd aangepast overeenkomstig de jongere kinderen. Het gezag bleef voorlopig bij de grootmoeder, met verwijzing naar eerdere beslissingen van het gerechtshof.