Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Procesafspraken
3.Beantwoording van de vragen van artikel 348 en Pro 350 Sv
4.Beoordeling van het bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn, en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en zich en/of een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, stoffen, gelden en andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
57 (zevenenvijftig) maanden.