ECLI:NL:RBNHO:2024:1579
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken onpartijdigheid en oplegging wrakingsverbod
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde, stellende dat er sprake zou zijn van een relatie tussen hem en de rechter uit diens tijd bij PwC, waardoor onpartijdigheid ontbreekt.
De rechter ontkende kennis van verzoeker uit die periode en verzoeker onderbouwde zijn stellingen onvoldoende. De enkele omstandigheid dat de rechter eerder bij PwC werkte, vormt geen grond voor wraking. Ook het eerdere afgewezen verzoek tot verschoning van de rechter in 2020, op basis van dezelfde werkkring, leidde niet tot een ander oordeel.
De wrakingskamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden geen aanleiding geven tot twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker het wrakingsrecht lichtvaardig en misbruikmakend heeft ingezet, mede door het combineren van het wrakingsverzoek met een aanhoudingsverzoek vlak voor de zitting, wat de voortgang van de procedure frustreerde.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd, met de waarschuwing dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zonder vertraging.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsrecht.