Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:13648

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 december 2024
Publicatiedatum
31 december 2024
Zaaknummer
11244366 BM VERZ 24-1973 KVG
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende financiële stabiliteit

Verzoeker heeft verzocht om opheffing van het bij beschikking van 1 februari 2012 ingestelde bewind over zijn goederen, stellende dat zijn schulden zijn afgelost en hij een spaarsaldo heeft opgebouwd. Verzoeker is van mening dat hij zijn financiën weer zelfstandig kan beheren en dat opheffing kostenbesparend zal zijn.

De bewindvoerder is het hier niet mee eens en uit zorgen over de financiële toekomst van verzoeker. Zij wijst erop dat de maandelijkse uitgaven hoger zijn dan de inkomsten en dat verzoeker regelmatig extra leefgeld aanvraagt, waarvan een groot deel aan gokken wordt besteed. Daarnaast speelt de bewindvoerder een rol bij het correct regelen van de herberekening van de alimentatie.

De kantonrechter oordeelt dat de noodzaak van het bewind nog steeds bestaat omdat de financiën niet stabiel zijn. Er wordt meer uitgegeven dan er binnenkomt, waardoor het spaarsaldo wordt aangetast. Voordat het bewind kan worden opgeheven, moet verzoeker zijn uitgaven terugbrengen en stoppen met gokken. Tevens moet hij een zelfredzaamheidstraject van circa zes maanden doorlopen waarin hij aantoont dat hij zijn financiën zelfstandig kan beheren zonder nieuwe schulden te maken.

De kantonrechter wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en stelt dat een nieuw verzoek kan worden ingediend zodra aan de voorwaarden is voldaan.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen vanwege onvoldoende financiële stabiliteit en noodzaak van voortgezet bewind.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11244366 BM VERZ 24-1973 KVG
Uitspraakdatum: 30 december 2024

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
Aangenaam Els B.V. t.h.o.d.n Aangenaam Bewind,
gevestigd te Warmenhuizen,
hierna te noemen: bewindvoerder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek, ter griffie ingekomen op 1 augustus 2024;
  • het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 16 augustus 2024;
  • de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 3 september 2024;
  • aanvullende reactie van verzoeker, ter griffie ingekomen op 10 september 2024.
Op 9 december 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

beoordeling

Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 1 februari 2012 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoeker geeft aan dat zijn schulden zijn afgelost en hij een spaarsaldo heeft opgebouwd. Hij heeft er vertrouwen in dat hij zelf zijn financiën weer kan regelen. Daarnaast zal verzoeker door opheffing van het bewind kosten besparen, omdat hij dan niet meer de kosten voor de bewindvoerder hoeft te betalen. Ook zullen de maandlasten van verzoeker binnenkort worden verlaagd. De alimentatie dient namelijk opnieuw berekend te worden naar rato van zijn huidige inkomen.
Bewindvoerder staat niet achter het verzoek tot opheffing. Zij voert daartoe aan zich zorgen te maken over de financiële toekomst van verzoeker. Zo zijn de maandelijkse uitgaven hoger dan de inkomsten en vraagt verzoeker regelmatig om extra leefgeld. Dit geld wordt voor een groot gedeelte uitgegeven aan gokken. Bewindvoerder kan daarnaast een rol spelen in het correct regelen van de herberekening van de alimentatie.
Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is de kantonrechter van oordeel dat de noodzaak van het bewind nog bestaat. Momenteel zijn de financiën niet voldoende stabiel. Er wordt meer uitgegeven dan er maandelijks aan inkomsten ontvangen wordt zodat wordt ingeteerd op het gespaarde bedrag. Vóórdat tot opheffing van het bewind kan worden overgegaan dient er voor gezorgd te worden dat de maandelijkse uitgaven worden teruggebracht tot een niveau dat er maandelijks iets aan geld overblijft als reserve voor tegenvallers. In dat verband lijkt zonder meer noodzakelijk dat verzoeker stopt met gokken; daar is eenvoudigweg geen geld voor. Daarnaast dient verzoeker middels een zelfredzaamheidstraject voor een periode van zo’n 6 maanden te laten zien dat hij er weer klaar voor is om op financieel gebied alles zelf te regelen. Dat houdt in dat hij tijdens dit traject weer de beschikking krijgt over al zijn inkomsten, dat hij met deze inkomsten al zijn vaste lasten zelf moet betalen en dat hij laat zien dat hij met het restant kan rondkomen zonder nieuwe schulden te maken. Het zelfredzaamheidstraject kan overigens pas starten op het moment dat de uitgaven en inkomsten weer in balans zijn. Indien is voldaan aan het voorstaande kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter