Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- de weg terug te blokkeren, en/of
- op de uitkijk te staan.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- die [benadeelde 1] tegen een schuur te duwen en
- die [benadeelde 1] tegen het hoofd te slaan en
- die [benadeelde 1] de woorden toe te voegen “Als je niet meewerkt krijg je een kogel door je hoofd”, en
- te doen alsof er een vuurwapen wordt doorgegeven.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd tot twee of meer verenigde personen
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
180 (honderdtachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
4.300,00 (vierduizend en driehonderd) euro, als vergoeding voor materiële en immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
500,00 (vijfhonderd) euro, als vergoeding voor immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van 500,00 (vijfhonderd) euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.