Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND voorlopige voorziening
Namens de gerechtsdeurwaarder is verschenen, [gemachtigde].
1.Het verzoek en de beoordeling
2.De beslissing
21 november 2024 om 11.30 uur;
Rechtbank Noord-Holland
Schuldenares verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw Pro, waarmee het executoriaal beslag van schuldeiser op haar gespaarde bedrag bij de Kredietbank Nederland wordt opgeschort. Dit beslag werd gelegd in het kader van een vonnis uit 2016, waarbij schuldenares een bedrag aan schuldeiser moest betalen.
Schuldenares betoogde dat voortzetting van het beslag de minnelijke regeling zou verstoren, omdat het grootste deel van het gespaarde bedrag niet meer beschikbaar zou zijn voor gezamenlijke schuldeisers. Schuldeiser stelde dat hij gebruikmaakt van zijn wettelijke rechten en dat zijn hogere aandeel gerechtvaardigd is door de kosten die hij heeft gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat hoewel schuldeiser terecht aanspraak maakt op het saldo, het volledig voldoen van zijn vordering ten koste gaat van andere schuldeisers, wat niet redelijk is. Het doorbreken van de gelijkheid van schuldeisers (paritas creditorum) en het frustreren van het schuldsaneringsproces wordt als misbruik van recht gezien.
Daarom weegt het belang van schuldenares en overige schuldeisers zwaarder dan dat van schuldeiser. De rechtbank schorst het beslag en verklaart de voorziening uitvoerbaar bij voorraad, met verval bij beslissing op het dwangakkoord of WSNP-verzoek. De zaak wordt op 21 november 2024 inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De rechtbank schorst het executoriaal beslag tot beslissing op het dwangakkoord of WSNP-verzoek.