De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 januari 2024 uitspraak gedaan in een familierechtelijke zaak betreffende het hoofdverblijf, de zorgregeling en de kinderbijdrage voor twee minderjarige kinderen. De kinderen hebben in de afgelopen periode regelmatig van hoofdverblijf gewisseld en hebben nu gekozen om bij de vader te wonen. De moeder verzet zich niet tegen deze wijziging.
De rechtbank heeft vastgesteld dat deze verandering een wijziging van omstandigheden vormt die een herbeoordeling van de onderhoudsverplichting rechtvaardigt. De vader verzocht om het hoofdverblijf bij hem vast te stellen, een zorgregeling te treffen en de kinderbijdrage te wijzigen. De moeder verzocht om een zorgregeling en een hogere kinderbijdrage van de vader.
Na beoordeling van de draagkracht van beide ouders en de behoefte van de kinderen, is geconcludeerd dat de moeder niet in staat is een kinderbijdrage te betalen. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de vader tot wijziging van de kinderbijdrage afgewezen en de kinderbijdrage van de vader aan de moeder op nihil gesteld met ingang van 1 augustus 2023. Tevens is een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen minimaal een weekend per twee weken en de helft van de vakanties bij de moeder verblijven, en de andere zorgmomenten in overleg kunnen worden uitgebreid.