ECLI:NL:RBNHO:2023:9762
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugshandel
De burgemeester van Zaanstad heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten de woning van verzoekers voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden cocaïne en hasjiesj. Dit besluit volgde op een politieonderzoek waarbij drugs en een grammenweegschaal werden aangetroffen.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit, stellende dat het bewijs onrechtmatig verkregen zou zijn en dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de drugs. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bewijs in bestuursrechtelijke zin wel toelaatbaar is en dat de burgemeester de sluiting terecht noodzakelijk achtte vanwege de omvang van de drugs en de eerdere drugshandel door een zoon van verzoekers.
Hoewel verzoekers wijzen op hun persoonlijke omstandigheden en het belang van het minderjarige kind, weegt de rechter de noodzaak van de sluiting en de signaalfunctie zwaarder. De duur van drie maanden is een evenwichtige maatregel, mede gezien de mogelijkheid om terug te keren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen, waardoor de woning voor drie maanden gesloten blijft.