Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat onvoldoende was vastgesteld dat het om een mobiel apparaat ging en dat de hoorplicht was geschonden doordat betrokkene niet fysiek was gehoord.
De rechtbank stelde vast dat de schending van de hoorplicht inderdaad had plaatsgevonden, waardoor de beslissing van de officier van justitie werd vernietigd. Echter, de rechtbank zag geen aanleiding om de boete te matigen met 25% zoals door de gemachtigde werd bepleit, omdat betrokkene werd bijgestaan door een gemachtigde die telefonisch kon worden gehoord.
De verklaring van de verbalisant dat betrokkene een mobiele telefoon in zijn linkerhand vasthield werd als voldoende bewijs beschouwd. Het ontbreken van details over merk en type apparaat deed hieraan niet af. Betrokkene werd staande gehouden en gaf geen verklaring, waardoor de boete terecht werd opgelegd.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigde die beslissing, maar verklaarde het beroep tegen de boetebeschikking ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.