Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
bevrijdendeverjaring dus geen sprake kan zijn.
verkrijgendeverjaring ontstaan. Er is niet gebleken dat het raam destijds met toestemming van de rechtsvoorganger van [gedaagde] is geplaatst. Van andere gronden op basis waarvan kan worden aangenomen dat [eisers] en hun rechtsvoorganger zich als rechthebbende mochten beschouwen is ook niet gebleken. Van het op grond van artikel 3:99 BW Pro vereiste bezit te goeder trouw is daarom geen sprake.