Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verweerster 1] V.O.F.
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer werd op 27 oktober 2022 via WhatsApp op staande voet ontslagen wegens vermeend agressief gedrag en niet afgerond werk. Dit ontslag is later met instemming van de werknemer ingetrokken en vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, waardoor het ontslag als niet gegeven wordt beschouwd.
De werknemer vorderde vernietiging van het ontslag, betaling van achterstallig loon, immateriële schadevergoeding en vergoeding van volledige advocaatkosten. De werkgever betwistte de vernietiging vanwege de intrekking, erkende een deel van het loon verschuldigd te zijn en voerde verrekening op met pensioenpremies.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet vernietigd hoeft te worden omdat het is ingetrokken. De loonvordering werd grotendeels toegewezen, met uitzondering van een betwiste pensioenpremieverrekening die niet werd erkend. De gevorderde immateriële schadevergoeding en volledige advocaatkosten werden afgewezen omdat het ontslag als niet gegeven geldt en er geen onrechtmatig handelen is vastgesteld.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het resterende loon, verstrekking van correcte salarisspecificaties en doorbetaling van loon vanaf januari 2023. Verzoek tot wedertewerkstelling wordt toegewezen zonder dwangsom. Proceskosten worden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Ontslag op staande voet ingetrokken, loonbetaling toegewezen, immateriële schadevergoeding en volledige advocaatkosten afgewezen.