Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
- Eisers hadden in totaal 12 bankrekeningen op hun naam staan, waarvan er maar vijf waren opgegeven bij verweerder.
- Uit de bankafschriften over de periode 1 september 2016 tot en met 31 december 2019 is gebleken dat eisers nagenoeg geen geld uitgeven aan levensonderhoud. Eisers komen met hun uitgaven niet in de buurt van het Nibud-bedrag van circa € 508,99 per maand aan voeding.
- Uit de bankafschriften blijkt dat eisers meer geld uitgaven dan dat er binnenkwam. Daarnaast zijn er regelmatig kasstortingen verricht, die niet nader zijn gespecificeerd.
- Er zijn in 2017, 2018 en 2019 enkele pintransacties te zien van een supermarkt en tankstation in Frankrijk, terwijl geen opgave van vakantie is gedaan.
- Er is geen melding gemaakt van een derde (bedrijfs)auto op hun naam. Eisers kunnen niet aantonen hoe zij deze gefinancierd hebben. Ook blijkt dat in 2018 nagenoeg geen betalingen aan tankstations zijn gedaan, terwijl zij wel een auto in hun bezit hadden.
- Eisers hebben meerdere Marktplaatsverkopen gedaan, waarvan de omvang niet inzichtelijk is. De opbrengsten zijn niet gemeld en zijn ook niet nader gespecificeerd.
- Eisers hebben verklaard steun van hun familie te hebben ontvangen in de vorm van contant geld, benzine, maaltijden, boodschappen en de verbouwing. Over de omvang en frequentie van deze steun is echter op geen enkele wijze informatie gegeven. Ook zijn geen gegevens overgelegd. Verder is niet aangetoond waar de verbouwing van is gefinancierd. Door de Sociale Recherche wordt geconcludeerd dat eisers gedurende de hele uitkeringsperiode de beschikking hebben gehad over onbekende inkomstenbronnen.