ECLI:NL:RBNHO:2023:6353

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
340529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 557a lid 2 RvArt. 557a lid 3 Rv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming bedrijfspand bij verstek

De Wiekslag B.V. en Blue Banner Paltrok B.V. vorderen in kort geding de ontruiming van een bedrijfspand met woningen te [plaats], gemeente [gemeente], dat door onbekende personen zonder persoonlijk of zakelijk recht wordt bewoond. De gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek wordt verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de wijze van dagvaarden conform artikel 61 juncto Pro artikel 47 Rv Pro correct is toegepast. De gevorderde machtiging voor ontruiming met inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. De ontruiming dient binnen drie dagen na betekening van het vonnis te geschieden, conform artikel 555 Rv Pro.

Gedaagden worden veroordeeld het pand leeg en vrij aan eisers te stellen, onder verbeurte van een dwangsom van €10.000 per dag tot maximaal €100.000. Tevens worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €1.479,73, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen een jaar ten uitvoer worden gelegd tegen iedereen die zich zonder toestemming in het pand bevindt.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt krakers tot ontruiming binnen drie dagen met dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/340529 / KG ZA 23-291
Vonnis in kort geding van 7 juli 2023
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE WIEKSLAG B.V.,
gevestigd te Baarn,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLUE BANNER PALTROK B.V.,
gevestigd te Baarn,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: De Wiekslag c.s.,
advocaat: mr. H.J. Hagemans te Amsterdam,
tegen
1.
ZIJ DIE ANDERS DAN KRACHTENS EEN PERSOONLIJK EN/OF ZAKELIJK RECHT VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK,
OF EEN GEDEELTE DAARVAN, plaatselijk bekend als [betrokkene] van [adres 1] te ([postcode 1]) [plaats], gemeente [gemeente], van wie de namen en woonplaatsen niet konden worden achterhaald en die mitsdien, onbekend zijn;
2.
ZIJ DIE ANDERS DAN KRACHTENS EEN PERSOONLIJK EN/OF ZAKELIJK RECHT VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK,
OF EEN GEDEELTE DAARVAN, plaatselijk bekend als [adres 2] te ([postcode 2]) [plaats], gemeente [gemeente], van wie de namen en woonplaatsen niet konden worden achterhaald en die mitsdien, onbekend zijn;
3.
ZIJ DIE ANDERS DAN KRACHTENS EEN PERSOONLIJK EN/OF ZAKELIJK RECHT VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK,
OF EEN GEDEELTE DAARVAN, plaatselijk bekend als [adres 3] te ([postcode 2]) [plaats], gemeente [gemeente], van wie de namen en woonplaatsen niet konden worden achterhaald en die mitsdien, onbekend zijn;
4.
ZIJ DIE ANDERS DAN KRACHTENS EEN PERSOONLIJK EN/OF ZAKELIJK RECHT VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK,
OF EEN GEDEELTE DAARVAN, plaatselijk bekend als [adres 4] te ([postcode 2]) [plaats], gemeente [gemeente], van wie de namen en woonplaatsen niet konden worden achterhaald en die mitsdien, onbekend zijn;
gedaagde partijen,
niet verschenen,
hierna samen te noemen: gedaagden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 juni 2023 met 6 producties;
- de mondelinge behandeling van 5 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De Wiekslag c.s. hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat niet is uitgesloten dat het bedrijfspand met woningen aan de [adres 2] en [betrokkene] van [adres 1] te [plaats], gemeente [gemeente] (hierna: het pand) door andere personen anders dan krachtens een persoonlijk of zakelijk recht wordt bewoond en/of gebruikt en dat De Wiekslag c.s. in redelijkheid de identiteit van deze bewoners niet hebben kunnen achterhalen. De Wiekslag c.s. hebben dus de in artikel 61 juncto Pro artikel 47 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen ten aanzien van gedaagden. Bij de uitvoering daarvan zijn de wettelijk vereiste formaliteiten in acht genomen. Nu gedaagden niet zijn verschenen, wordt tegen hen verstek verleend.
2.2.
De voorzieningenrechter acht het onverenigbaar met het belang dat De Wiekslag c.s. bij de vordering hebben om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen.
2.3.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 Rv Pro overbodig is.
2.4.
Verder dienen gedaagden de panden niet binnen één dag na betekening van dit vonnis, zoals gevorderd, maar conform artikel 555 Rv Pro, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen.
2.5.
Volgens vaste rechtspraak (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853) levert
een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. De rechtbank zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.
2.6.
Voor het overige komt het gevorderde de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als in de beslissing vermeld.
2.7.
Gedaagden zijn de partijen die ongelijk krijgen en zij zullen daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van De Wiekslag c.s. als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
106,73
- griffierecht
676,00
- salaris advocaat
697,00
Totaal
1.479,73

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen gedaagden,
3.2.
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van deze uitspraak het bedrijfspand met woningen aan [adres 2] en [betrokkene] van [adres 1] te [plaats], gemeente [gemeente] blijvend te verlaten met al de hunnen en het hunne en leeg en ter vrije beschikking van de Wiekslag c.s. te stellen,
3.3.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar zonder toestemming bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
3.4.
veroordeelt gedaagden om aan De Wiekslag c.s. een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder 3.2 voldoen, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van
De Wiekslag c.s. tot dit vonnis vastgesteld op € 1.479,73, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.
1621