ECLI:NL:RBNHO:2023:6350
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering in erfeniskwestie wegens ontbreken gezamenlijke procedurevoering door vereffenaren
In deze civiele zaak vordert eiseres dat gedaagde aansprakelijk wordt gesteld voor het tekort in de nalatenschap van hun moeder, die beneficiair is aanvaard. Eiseres stelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door onder meer onttrekkingen uit de nalatenschap.
De nalatenschap is beneficiair aanvaard, waardoor alle erfgenamen gezamenlijk als vereffenaars optreden. Eiseres heeft de vordering echter zelfstandig ingesteld zonder de andere vereffenaar, de Stichting, te betrekken. Gedaagde voert verweer dat eiseres hierdoor niet-ontvankelijk is.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 4:198 BW Pro vereffenaars gezamenlijk moeten optreden bij het instellen van vorderingen, tenzij de kantonrechter anders bepaalt. Nu geen machtiging is verleend en de Stichting niet wenst te interveniëren, is eiseres niet-ontvankelijk. Tevens wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gezamenlijke procedurevoering door alle vereffenaren.