Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 26 oktober 2022 is [slachtoffer] vanwege een ruzie om geruilde kleding ernstig gewond geraakt bij een steekincident voor zijn middelbare school. Diezelfde dag is verdachte aangehouden op verdenking van een poging doodslag. Op [overlijdensdatum] is [slachtoffer] in het ziekenhuis aan zijn verwondingen overleden. [slachtoffer] is slechts 14 jaar oud geworden.
4.Beoordeling van het bewijs
De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sancties
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
14 (veertien) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
[benadeelde partij 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,- (twintig duizend euro), bestaande uit affectieschade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [overlijdensdatum] tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde partij 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,- (twintig duizend euro), bestaande uit affectieschade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [overlijdensdatum] tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.