Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
4.2. Aflevering
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen twee zussen over de afwikkeling van de nalatenschap van hun vader, die zonder testament is overleden. De moeder was eerder overleden, ook zonder testament, waardoor de nalatenschap van de moeder automatisch naar de vader ging. De zussen hebben de nalatenschappen beneficiair aanvaard en afspraken gemaakt over de woning en andere goederen. De levering van de woning aan een van de zussen is vertraagd door intrekking van een volmacht.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de Erfrechtverordening en dat Nederlands recht van toepassing is. De vorderingen van de eiseres richten zich op de verdeling van de nalatenschap van de vader, waarbij onenigheid bestaat over wie de kosten van de woning vanaf 8 september 2021 tot aan de levering op 16 september 2022 moet dragen.
De rechtbank stelt dat de lasten van de woning in principe gelijkelijk door beide erfgenamen gedragen moeten worden, omdat er geen duidelijke afspraak is die dit anders bepaalt. Ook oordeelt de rechtbank dat de eiseres zich de woning niet feitelijk heeft toegeëigend vóór de levering. Kosten zoals hypotheeklasten, gemeentelijke belastingen, premie woonverzekering, en energiekosten tot bepaalde bedragen worden als boedelkosten ten laste van de nalatenschap gebracht.
De rechtbank wijst vorderingen af die zien op kosten die niet als boedelkosten kunnen worden aangemerkt, zoals advocaatkosten en notariskosten die niet voldoende zijn onderbouwd. Ook wordt geoordeeld dat de verweerder haar aandeel in de nalatenschap niet heeft verbeurd. De rechtbank beveelt de verdeling van de onder de notaris berustende gelden en bank- en beleggingstegoeden binnen twee weken na het vonnis. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen deels toe door kosten als boedelkosten ten laste van de nalatenschap te brengen en beveelt verdeling van gelden, terwijl overige vorderingen worden afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd.