Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 19 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
94. (…) In de tweede plaats geldt de nietigverklaring van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1194/2013 door het Gerecht enkel ten aanzien van de ondernemingen die deze verordening bij het Gerecht hebben aangevochten. De antidumpingrechten die bij andere ondernemingen zijn geheven, zijn naar Unierecht dus rechtmatig geïnd. Voor zover in het Indonesische WTO-rapport is vastgesteld dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit Indonesië in overeenstemming moeten worden gebracht met de WTO-verplichtingen van de Unie, is de Commissie met Indonesië overeengekomen om aan die vaststelling tegen oktober 2018 uitvoering te geven. Overeenkomstig de algemene beginselen van de WTO-geschillenbeslechting heeft die uitvoering pas gevolgen met ingang van de datum van tenuitvoerlegging. Daarom verwierp de Commissie het argument dat ook die rechten moeten worden terugbetaald of kwijtgescholden.”
Op grond van artikel 4 van Pro deze verordening treedt deze in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Bekendmaking was op 26 november 2013. Op grond van artikel 263, zesde alinea, van het VWEU kan het beroep op nietigverklaring worden ingesteld binnen twee maanden te rekenen vanaf de dag van bekendmaking. Deze termijn eindigde dus 26 januari 2014.