Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.De beoordeling
6.De beslissing
dagvaarding € 107,22
griffierecht € 244,00
salaris gemachtigde € 398,00 ;
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert eiser betaling van een declaratie voor juridische werkzaamheden die hij voor gedaagde heeft verricht. Gedaagde betwist de vordering deels en voert aan dat hij niet had verwacht een declaratie van deze omvang te ontvangen en dat hij de uitspraak in de procedure niet heeft ontvangen, waardoor hij schade zou lijden.
De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestaat waarbij eiser een inspanningsverplichting heeft. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat eiser tekort is geschoten in zijn verplichtingen en heeft geen juridische consequenties verbonden aan zijn stelling dat de werkzaamheden niet correct zijn uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde gehouden is tot betaling van de declaratie en de wettelijke rente, maar wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De tegenvordering tot toezending van de uitspraak wordt afgewezen omdat eiser bereid is deze na betaling te verstrekken.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de declaratie van €1.684,68 met wettelijke rente en proceskosten.