Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd waartegen beroep is ingesteld bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 22 maart 2023 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie en de gemachtigde van betrokkene. De kantonrechter oordeelde dat het beroepschrift zich richtte op de proceskostenvergoeding en behandelde het als een verzoek op grond van artikel 13a WAHV.
De kantonrechter volgde het verzoek van de officier van justitie om het beroep gegrond te verklaren, mede gelet op een eerder arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De beslissing van de officier van justitie tot toekenning van €600,75 werd vernietigd.
Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de proceskostenvergoeding vastgesteld op €866,25, verdeeld over de procedures bij de officier van justitie en de kantonrechter, met toepassing van een wegingsfactor van 0,25 wegens de lichte aard van de zaak.
De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten aan betrokkene, uit te betalen door het CJIB. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €866,25, te vergoeden door de officier van justitie aan betrokkene.