ECLI:NL:RBNHO:2023:4246

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
10218774 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 13a WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke verkeersboetezaak

Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 22 maart 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; de gemachtigde van betrokkene was afwezig.

De officier van justitie had de boete vernietigd en een proceskostenvergoeding van €600,75 toegekend. Het beroepschrift richtte zich uitsluitend op de hoogte van deze vergoeding. De kantonrechter behandelde het beroep als een verzoek op grond van artikel 13a WAHV en stelde vast dat de proceskostenvergoeding te laag was vastgesteld.

Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de vergoeding verhoogd naar €657,00, waarbij een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast vanwege de lichte aard van de zaak. De kantonrechter vernietigde de eerdere beslissing over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de officier van justitie tot betaling van het hogere bedrag aan betrokkene, uit te betalen via het CJIB. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding is gegrond verklaard en de vergoeding is verhoogd naar €657,00.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10218774 \ WM VERZ 22-960
CJIB-nummer : 235376529
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De officier van justitie heeft de boete vernietigd en een proceskostenvergoeding van
€ 600,75 toegekend. Het beroepschrift van gemachtigde van betrokkene richt zich alleen tot de toekenning van deze proceskostenvergoeding. Het beroepschrift aan de kantonrechter dient dus behandeld te worden als een verzoek op de voet van artikel 13a WAHV.
2.2.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting verzocht om het beroep gegrond te verklaren, gelet op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [1] De kantonrechter is het hiermee eens en verklaart het beroep gegrond. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie waarbij een kostenvergoeding ad € 600,75 is toegewezen, vernietigen.
2.3.
Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 657,00. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 209,25 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,25, waarde per punt € 837,00). Omdat het enkel gaat om de proceskostenvergoeding past de kantonrechter wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe.
De uitspraak
De kantonrechter:
 verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie van 10 augustus 2021 in deze zaak gegrond en vernietigt die beslissing voor zover deze ziet op de proceskostenvergoeding in onderhavige zaak;
 veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 657,00 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
 bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:3771