ECLI:NL:RBNHO:2023:4153

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
8 mei 2023
Zaaknummer
10236791 CV EXPL 22-7207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst zorgpremies en incassokosten tussen Zilveren Kruis en verzekerde

Zilveren Kruis heeft een vordering ingesteld tegen de verzekerde wegens het niet betalen van zorgpremies over meerdere maanden in 2021 en 2022. De verzekerde heeft na sommatie en dagvaarding deelbetalingen gedaan, maar een restantbedrag bleef openstaan.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering van Zilveren Kruis, verminderd met reeds ontvangen betalingen, toewijsbaar is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van eisvermindering. De buitengerechtelijke incassokosten zijn redelijk en terecht gemaakt, maar deze zijn reeds voldaan door de deelbetalingen na dagvaarding.

De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €224,00 plus rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de overige vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €224,00 plus rente en proceskosten, overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10236791 CV EXPL 22-7207
Uitspraakdatum: 17 mei 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
gevestigd te Leiden
eiseres
verder te noemen: Zilveren Kruis
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: [gemachtigde] (Amstelbudget).

1.Het procesverloop

1.1.
Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding van 2 december 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Zilveren Kruis heeft hierop schriftelijk gereageerd en daarbij haar eis verminderd. [gedaagde] heeft schriftelijk laten weten niet verder te zullen reageren en de beoordeling af te wachten.
1.3.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De vordering en het verweer

2.1.
Zilveren Kruis vordert bij dagvaarding dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 724,00, welk bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 606,00, buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw ad € 109,09 en reeds verschenen rente.
2.2.
Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de zorgverzekeringsovereenkomst tussen partijen niet naar behoren is nagekomen. Zij stelt dat [gedaagde] voor december 2021 en in de periode februari/maart 2022 en mei/juni 2022 de verschuldigde maandpremies onbetaald heeft gelaten. Zij stelt dat zij [gedaagde] meermalen heeft gesommeerd om alsnog tot betaling over te gaan maar dat [gedaagde] hieraan geen gevolg heeft gegeven.
2.3.
Bij haar conclusie van repliek heeft Zilveren Kruis haar eis verminderd met een bedrag van € 500,00, welk bedrag zij in deelbetalingen na het uitbrengen van de dagvaarding nog heeft ontvangen van [gedaagde].
2.4.
[gedaagde] betwist de vordering niet maar wijst er op dat na dagvaarding vier deelbetalingen zijn gedaan van in totaal € 795,28 en verzoekt daarmee bij de beslissing over de extra gevorderde kosten rekening te houden.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering van Zilveren Kruis zoals verminderd kan worden toegewezen. De verschuldigdheid van dit bedrag wordt niet betwist.
3.2.
De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag kan ook worden toegewezen vanaf de datum van eisvermindering, zijnde 22 februari 2023.
3.3.
Over de buitengerechtelijke incassokosten oordeelt de kantonrechter dat deze kosten in redelijkheid gemaakt zijn door Zilveren Kruis. Op het moment van het uit handen geven van de vordering door Zilveren Kruis had [gedaagde] de verschuldigde premie voor in totaal vijf maanden onbetaald gelaten en niet gereageerd op herinneringen en sommaties, zodat Zilveren Kruis geen andere keus had dan haar vordering uit handen te geven. Daarom moet [gedaagde] deze kosten aan Zilveren Kruis te vergoeden.
3.4.
Deze kosten heeft hij echter al betaald met de deelbetalingen na de dagvaarding. Op grond van artikel 6:44 boek Pro BW strekken tussentijdse betalingen allereerst in mindering op de buitengerechtelijke kosten en de verschenen rente en vervolgens op de hoofdsom. Om die reden zijn de buitengerechtelijke incassokosten al voldaan.
3.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 224,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 februari 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Zilveren Kruis tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 129,74
griffierecht € 322,00
salaris gemachtigde € 264,00 ;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter