Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- feit 1: het in de periode van 1 januari 2014 tot en met 5 mei 2016 seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , die toen nog geen twaalf jaar oud was. Subsidiair is dit tenlastegelegd als ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;
- feit 2: het in de periode van 20 juli 2016 tot en met 30 april 2018 met [slachtoffer 1] , die toen tussen de twaalf en 16 jaar oud was, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Ook dit is subsidiair ten laste gelegd als ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;
- feit 3: het in de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 april 2018 ontucht plegen met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] ;
- feit 4: het in dezelfde periode als bij feit 3 mishandelen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
drie jaar lang met die klootzak had opgescheept”. Vervolgens vertelde [slachtoffer 1] huilend dat zij “
is gebruikt, misbruikt en verkracht” door de verdachte. Zowel moeder als [slachtoffer 2] hebben verklaard over de emotionele toestand waarin [slachtoffer 1] verkeerde toen zij over het seksueel misbruik sprak. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
[voornaam] BLIJF VAN MIJN MAGISTER AF ANDERS DOE IK AANGIFTE OF IK ZEG HET TEGEN MAMA”. De verdachte heeft hierop gereageerd door onder meer te sturen: “
met niemand over praten !!!!”. Hoewel de verdachte heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren waar dit bericht op ziet, acht de rechtbank het, gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1] in het dossier en het feit dat [slachtoffer 1] haar moeder op dat moment nog niet heeft verteld over het seksueel misbruik, zeer aannemelijk dat deze e-mail betrekking heeft op het seksueel misbruik door de verdachte.
waardoor deze letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
3 (drie) jaar.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]geleden schade met een bedrag van
€ 16.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.