De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige en tot gedeeltelijke uitoefening van het gezag met betrekking tot medische behandelingen op grond van artikel 1:265e BW.
De minderjarige verblijft in een gezinshuis, maar vertoont ernstig agressief gedrag dat onveilig is voor zichzelf en zijn omgeving. Een psychiatrisch onderzoek wees op een posttraumatische stressstoornis, dissociatieve stoornis en hechtingsproblematiek, waarvoor behandeling noodzakelijk is. De ouders weigeren toestemming voor behandeling bij het behandelcentrum, terwijl de GI dit noodzakelijk acht.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. Gezien het gebrek aan inzicht en begrip van de ouders over de ernst van de situatie en het risico dat zij toestemming voor behandeling blijven weigeren, wordt de gedeeltelijke gezagsuitoefening aan de GI toegekend voor het geven van toestemming voor medische behandeling tot 29 augustus 2023.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten. De ouders zullen niet tegen de verlenging van de machtiging verweren, maar blijven bezorgd over de plaatsing en behandeling.