ECLI:NL:RBNHO:2023:3604
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgregeling wegens strijd met zwaarwegende belangen minderjarigen
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van de vader tot het vaststellen van een zorgregeling voor zijn minderjarige kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waaruit bleek dat beide kinderen forse weerstand hebben tegen contactherstel met hun vader. De oudste kind ervaart herhaaldelijk teleurstelling door de vader en de onderlinge verstandhouding tussen ouders is verstoord, waardoor er geen ruimte is voor contactherstel.
De rechtbank stelt dat hoewel omgang in beginsel in het belang van het kind wordt geacht, in deze zaak omgang met de vader in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De Raad adviseerde afwijzing van het verzoek omdat een zorgregeling niet in het belang van de kinderen is. De rechtbank onderschrijft dit advies en wijst het verzoek af.
De rechtbank benadrukt dat het probleem bij de ouders ligt en niet bij de kinderen. Ouders dienen te werken aan een betere onderlinge verstandhouding en voorbeeldgedrag te tonen om ruimte te creëren voor contact. De moeder draagt de verantwoordelijkheid voor het delen van informatie over de kinderen met de vader, ook als de kinderen dat niet willen.
Tot slot wijst de rechtbank erop dat de afwijzing van het verzoek van tijdelijke aard is en dat de vader bij gewijzigde omstandigheden opnieuw een verzoek kan indienen, conform jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot het vaststellen van een zorgregeling wordt afgewezen omdat omgang met de vader in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige kinderen.