Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met in totaal 25 producties
- het verweerschrift met 14 producties
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2023
- de pleitaantekeningen van mr. Frankfort voornoemd
- de pleitnotities van mr. Moeijes voornoemd.
2.De feiten
3.Het verzoek
op het indien mogelijk met spoed te behandelen verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen:
Te oordelen dat naar het voorlopig oordeel van de rechtbank er sprake is van gegronde redenen om de Bestuurders te ontslaan;
Bij wijze van voorlopige voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding:
de Bestuurders te schorsen en tegelijkertijd een of meer tijdelijke bestuurders te benoemen en te bepalen dat deze tijdelijke bestuurder(s) bevoegd is/zijn samen dan wel zelfstandig de Stichting te vertegenwoordigen en het mede tot zijn/hun taak mag/mogen rekenen om met [de beheerder] een overeenkomst van opdracht aan te gaan die inhoudt dat [de beheerder] voor de duur van het geding het beheerderschap op zich zal nemen;
zodanige andere voorlopige voorzieningen zal treffen als de rechtbank passend acht.
op het verzoek tot het ontslaan van de Bestuurders:
de bestuurders met onmiddellijke ingang te ontslaan als bestuurders van de Stichting;
in plaats van de Bestuurders de door Verzoekers op te geven personen te benoemen als bestuurder van de Stichting.
Wat betreft de kosten van deze procedure:
4.De beoordeling
De rechtbank overweegt daarover als volgt.
arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van
opdrachtwas. Een zodanige overeenkomst is op grond van artikel 7:408 lid 1 BW Pro te allen tijde opzegbaar door de opdrachtgever. (het bestuur van) de Stichting was dus als opdrachtgever tot die opzegging bevoegd. Die opzegging is in rechte beoordeeld en rechtsgeldig geacht.
wijze waarophet Bestuur in relatie tot dat besluit met de stakeholders heeft gecommuniceerd in alle opzichten de schoonheidsprijs verdient.
gevermaar de opdracht
nemer.
dan op de winkel passen terwijl er diverse mogelijkheden zijn om er veel meer van te maken”, zoals de Vrijwilligers hebben betoogd, kan het voorgaande niet anders maken. Ja, het Bestuur had de toegangsprijzen kunnen verhogen, zoals [de beheerder] haar herhaaldelijk heeft verzocht. Maar het Bestuur heeft opgemerkt dat zij een beleid wilde voeren om de Ruïne openbaar toegankelijk en aantrekkelijk te houden voor zoveel mogelijk mensen. Dat is haar in de statuten ook opgedragen. Bij die stand van zaken getuigt het niet meegaan in de wens van [de beheerder] om de toegangsprijzen te verhogen naar het oordeel van de rechtbank niet van financieel wanbeleid, maar van respect voor de eigen statutaire doelstelling.
wijziging van de governanceook bespreekbaar is, sluit de rechtbank zelfs niet uit dat de Vereniging tot het inzicht komt dat in dit gesprek voor haar wat te halen is.