Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser1],
[eiser2],
[A.],
1.[gedaagde1],
2.
[gedaagde2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 16 januari 2023 en de aantekeningen die de griffier daarvan heeft bijgehouden,
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn buren met naast elkaar gelegen percelen. De voormalige buren van eiser hebben in 2015 een sloot op het perceel van gedaagde gedempt en een schutting gebouwd na een kadastrale grensreconstructie in 2017. Eiser stelt dat de erfgrens door verjaring in het midden van de sloot ligt en dat de schutting op zijn perceel staat. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft gesteld over ondubbelzinnige inbezitneming en verwerpt het beroep op verjaring.
Ook de vordering tot het opnieuw graven van de sloot wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor onrechtmatige hinder door wateroverlast. Wel is vastgesteld dat een nieuwe schutting aan de voorzijde van het perceel van gedaagde binnen twee meter van de ramen van eiser staat en onredelijke hinder veroorzaakt.
De rechtbank beveelt daarom gedaagde om de schutting binnen twee maanden te verplaatsen zodat deze buiten de twee meter afstand van de ramen komt te staan. De overige vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verplaatsing van de schutting binnen twee meter van de ramen en wijst overige vorderingen af.